Nieuw: "Haatzaaiers-Extreemrechtse Radicalisering"

Ponsaers, P. (2020). Haatzaaiers, Extreemrechtse Radicalisering. Oud-Turnhout / 's-Hertogenbosch: Gompel & Svacina, pp. 244.

Nieuw Rechtse groepen slagen er in jongeren te rekruteren, op te leiden, te mobiliseren en te activeren. Ze verschillen daarin niet veel van terroristsche groeperingen. Ze verspreiden een boodschap van ongelijkheid, racisme, negatonisme en discriminate. Ze gebruiken gretig desinformate over migranten, vluchtelingen en andere kwetsbare groepen. Onveiligheidsgevoelens, angst, gebrekkige openbare informate en simplistsche verklaringen vormen hiervoor een vruchtbare voedingsbodem. Als influencers trachten ze aanhoudend de geesten te vergifigen met propaganda en antidemocratsch gedachtegoed. Dit boek noemt ze onomwonden bij hun naam: haatzaaiers.

Extreemrechts bezet intussen, ook op verdoken wijze, politek democratsche posities. Deze infiltratie gebeurt vooral in partjen die de Vlaamse identiteit onderstrepen. Pijnlijk confronterend komt aan het licht hoe extreemrechts - vaak verborgen in interne chatrooms - subversief blijf invreten op de democratie. Een open debat moet hier wijken voor intmidatie, wat aanleiding kan geven tot geweld.

De auteur beschrijft het ontstaan en de betekenis van Nieuw Rechts en de wijze waarop dit fenomeen in Vlaanderen gehoor vindt. Hij schetst de opkomst van ‘identitaire bewegingen’ in het buitenland en het Vlaams-natonalistsch vernis dat er op eigen bodem overheen wordt gelegd. Hij vergelijkt bewegingen als ‘Schild en Vrienden’ met sekten die gelijkwaardigheid afwijzen en bewust polariseren en provoceren met radicale standpunten, in de hoop de publieke opinie van hun boodschap te overtuigen.


In ‘Haatzaaiers’ legt Paul Ponsaers op een heldere manier bestaande netwerken en invloeden bloot. Bij momenten erg confronterend. Bijzonder goed geschreven. En bijzonder zorgwekkend.

– Christophe Busch


Bestellen

Recensie door Walter Lotens over "Haatzaaiers, Extreemrechtse Radicalisering", 23/10/2020, De Wereld Morgen

Spinnen in het web van Nieuw Rechts

Ex-journalist Paul Ponsaers die zijn carrière verder zette in de academische wereld als socioloog en criminoloog is nog lang niet uitgeschreven. Het emeritaat heeft hem blijkbaar vleugels van tijd gegeven om zijn thema’s verder uit te spitten, want met dit Haatzaaiers is hij op drie jaar tijd aan het vierde deel van een kwartet kloeke publicaties toe. Het begon met Jihadi’s in België (2017) en Loden jaren – de Bende van Nijvel gekaderd (2018) en dit jaar verscheen er al eerder bij dezelfde uitgever het lijvige Terrorisme in België, polarisering en politiek geweld.

Wat drijft haatzaaiers?

In de drie eerste boeken had Ponsaers het in de eerste plaats over terrorisme of politiek geweld, maar in zijn laatste heeft hij het voornamelijk over beïnvloedingsprocessen die zich in de geest van mensen afspelen, namelijk over het traject dat mensen afleggen vooraleer over te gaan tot politiek geweld of, met andere woorden, hoe zij tot extreemrechts gedachtegoed komen. Hoe geraken mensen geradicaliseerd? Daarom richt hij de focus op de haatzaaiers en dat wordt zeer goed geïllustreerd door de cover met een afbeelding van Félicien Rops Satan, semant l’ivraie. De duivel die het onkruid zaait zijn dan de haatpredikers of inspiratoren die het zaad planten van politieke geweldpleging in de geesten van de daders met als doel aan te zetten tot gewelddadige politieke actie.

Wie zijn diegenen die het extreemrechtse gedachtegoed verspreiden? Hoe doen ze dat en vooral: welke denkbeelden liggen daaraan ten grondslag? Wat drijft die haatzaaiers? Dat is het thema en de brede vraagstelling van dit andermaal uitvoerig en zeer goed gestoffeerd boek.

Haatzaaiers bestaat uit zes hoofdstukken vergezeld van een inleiding (voorafgegaan door een mooi voorwoord van Christophe Busch, directeur van het Hannah Arendt Instituut) en een besluit. Vóór Ponsaers aan de ontwikkeling van zijn hoofdvraagstelling begint, gaat hij in op een aantal gewelddaden die door extreemrechts zijn gepleegd gedurende de laatste jaren in verschillende landen. Hij maakt daarin een onderscheid tussen de zogenaamde lone wolves à la Anders Breivik in Oslo en gevallen van georganiseerde terreur zoals in het Bologna van 1980, maar ook het straatgeweld van het Franse ‘Bastion Social’ en de moorden in Duitsland van de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU).

Metapolitiek

In het hoofdstuk ‘De hubs van la ‘Nouvelle Droite’ in Europa’ gaat Ponsaers op zoek naar de oorsprong van het Nieuw Rechtse gedachtegoed dat hij in Frankrijk situeert en van waaruit die beweging zich nestelde in diverse landen in Europa. Hij bespreekt achtereenvolgens het zogenaamde ‘Thule Seminar’ in Duitsland, ‘Scorpion’ in het Verenigd Koninkrijk, ‘Diorama Letterario’ in Italië, ‘Futuro Presente’ in Portugal en ‘Hespérides’ in Spanje.

La ‘Nouvelle Droite’ ontstond in de jaren zestig in de Parijse universitaire milieus als een poging om het rechts-radicale gedachtegoed een nieuwe ideologische basis te geven. Figuren als Alain de Benoit, Guillaume De Faye en Dominique Venner namen daarin het voortouw en richtten GRECE (Groupement de Recherche et d’études pour la Civilisation Européenne) op. Zij inspireerden zich op het gedachtegoed van de Italiaanse dissidente marxist Antonio Gramsci die het concept ‘culturele hegemonie’ ontwikkelde en gaven daar, zoals ook Ico Maly in zijn studies over Nieuw Rechts betoogt, een rechtse invulling aan.

Dat rechts gramscianisme had tot doel om via infiltratie in bestaande partijen en media hun gedachtegoed ingang te doen vinden. Wat trotskisten ‘entrisme’ noemden werd ook de agenda van Nieuw Rechts, maar dan met heel andere bedoelingen. Zij doen aan wat Ponsaeers  ‘metapolitiek’ noemt: ze hebben geen ambitie om een eigen politieke tendens te vormen, maar vooral om de geesten klaar te stomen dat rechts en extreemrechts tot het ‘nieuwe normaal’ behoren.

Rechtse denktanks van het GRECE-niveau die zich een intellectueel en wetenschappelijk aureool aanmeten, werden daarin belangrijke instrumenten. Ponsaers benadrukt echter ook dat de praktijk van Nieuw Rechts er vaak heel anders uitziet. Het metapolitieke verhaal blijkt in veel gevallen meer schijn dan werkelijkheid te zijn. Vaak gaat het om wat Ponsaers ‘gerecycleerde activisten’ noemt die opduiken in extreemrechtse politieke partijen zoals het Vlaams Blok (Belang), zoals in de volgende hoofdstukken over België, en dan voornamelijk Vlaanderen, zal blijken.

Schild & Vrienden

Op Belgisch niveau werden de ideeën van La Nouvelle Droite binnengebracht door figuren als Jean Thiriart en zijn entourage van overtuigde pro-kolonialen en pan-Europeanen, maar ook Robert Steuckers, de Belgische GRECE-dissident en Luc Pauwels, oprichter en bezieler van het tijdschrift TeKos (Teksten, Kommentaren en Studies) – een blad dat zich Vlaams, conservatief, onafhankelijk, onkerkelijk, pluralistisch en onafhankelijk van partijen noemt – en vooral de jongere generatie van het Vlaams Blok (Belang) aanspreekt. Ponsaers behandelt ook de figuur van Joris Van Severen, de historische voorman van het facistische Verdinaso die natuurlijk niet tot het jongere Nieuw Rechts behoorde, maar waarnaar extreemrechts in Vlaanderen bij herhaling naar verwijst, ook vandaag nog.

Na die internationale en ook nationale zoektocht naar de spinnen in het web van Nieuw Rechts belandt Ponsaers met zijn drie laatste hoofdstukken in Nederlandstalig België en daarmee komt hij, meer dan in de vorige, zeer dicht bij de politieke actualiteit. Vooral wanneer hij de niet zo smakelijke achtergronden van ‘Schild & Vrienden’(S&V), de belangrijkste identitaire beweging in Vlaanderen, en van de figuur Dries Van Langenhove, begint te fileren. Het blijkt dat deze extreemrechtse studenten van ‘goeden huize’ hun mosterd gingen halen bij het Franse Génération Identitaire (GI) in Frankrijk, maar dat zij op hun voornamelijk Europese ‘schoolreizen’ gingen aankloppen bij ook andere extreemrechtse vrienden.

Typisch voor Vlaanderen en enigszins afwijkend van het Europese patroon van Nieuw Rechts is de katholieke onderstroom die ook duidelijk bij S&V aanwezig is. Uit Ponsaers’ analyse blijkt dat S&V voornamelijk ingebed zit in het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), een conservatieve Vlaamse studentenvereniging voor mannelijke en vrouwelijke studenten met afdelingen in de Vlaamse universiteitssteden. Het is in de schoot van de Gentse KVHV-kweekvijver dat Van Langenhove in 2017 de Facebook-groep S&V zal opzetten, waar jonge rechtse Vlamingen memes met elkaar konden delen. S&V zal zich ook al snel bekwamen in het ‘trollen’ van linkse organisaties met valse namen en mailadressen.

S&V gaat ook over tot spectaculaire, mediagerichte acties zoals het verstoren aan het Gravensteen in Gent van een actie ten voordele van een humaner vluchtelingenbeleid. Die acties werden dan via sociale media uitvergroot en ook in rechtse kringen in het buitenland gretig gedeeld. De groep zorgde ook voor bodyguards om voormalig staatssecretaris Francken van N-VA te ‘beschermen’ tegen het optreden van ‘linkse ratten’. Door het televisieprogramma Pano van de VRT in  2018 vallen de jolige maskers van S&V echter af en komt de ranzige, racistische, seksistische en antisemitische zijde van hun organisatie bovendrijven. De imagoschade is groot, vooral wanneer blijkt dat vele leden van S&V op korte tijd de rangen van rechtse politieke partijen zijn binnengedrongen.

Fragmentaire ideeën

In zijn besluit schrijft Ponsaers dat achter het identitaire discours van S&V echter oud bloed-en-bodem-extremisme schuilgaat met sterke wortels in de collaboratieperiode en het nationaalsocialistisch gedachtegoed. Het meta-politieke vernis blijkt maar een dun laagje bovenop oude erfenissen. In tegenstelling tot Nieuw Rechts dat eerder Europees denkt, vertoont de identitaire beweging in Vlaanderen eerder regionalistische trekken.

De belangrijkste conclusie van Ponsaers is echter dat Nieuw Rechts en de identitaire bewegingen niet over een interne coherente ideologie beschikken. Ze moeten eerder gezien worden als een samenraapsel van fragmentaire ideeën die te pas en te onpas worden gebruikt. Opvallend blijft dat extreemrechtse militanten afwisselen tussen allerhande verschillende ideologieën, variërend van anti-islam en antisemitisme tot identitair of neonazi, of een mix van dat alles.

Salonfähig extreemrechts

Wie de andere werken van Paul Ponsaers kent, weet dat deze auteur zeer grondig te werk gaat. Dat is ook nu weer het geval. Het boek draagt een indrukwekkende bibliografie met zich mee en haast op elke bladzijde vindt de lezer vaak zeer uitvoerige, expliciterende voetnoten, waardoor het boek de allure krijgt van een naslagwerk. De keerzijde van deze werkwijze is echter het gevaar dat de lezer kan verdrinken in al dat feitenmateriaal dat zo gul wordt aangereikt en waardoor het algemeen kader wat naar de achtergrond zou kunnen verdwijnen. Het verhaal van het bos en de bomen. Om de algemene verhaallijn te bewaken en tevens om de leesbaarheid te vergroten had de auteur misschien kunnen gebruik maken van kaders en/of kleurvakken waarin details van bepaalde cases hadden kunnen opgeborgen worden.

De ondertitel van Haatzaaiers is ‘Extreemrechtse radicalisering’ en dat is een duidelijke terreinafbakening, maar hier en daar gebruikt Ponsaers m.i. ‘extreemrechts’ en ‘radicaal rechts’ door elkaar. (zie bijvoorbeeld p. 34). Zijn dit dan taalkundig synoniemen voor hem of is er, zoals taalkundig antropoloog Jan Blommaert in Let op mijn woorden opmerkt, niet vaak sprake van een strategisch taalgebruik zoals met de termen ‘radicaal links’ en ‘extreemlinks’ die in de modale pers vaak als synoniemen worden gebruikt terwijl ‘radicaal’ etymologisch toch teruggaat op ‘radix’, het Latijnse woord voor ‘wortel’. In die betekenis moet er aan ‘radicaal’ niet per se de connotatie ‘extreem’ of ‘extremistisch’ verbonden worden.

Terwijl ik dit boek aan het lezen was, kwamen leden van Schild & Vrienden en van Voorpost herrie schoppen in de rustige gemeente Puurs waar een jongen van vijftien door vijf jongeren met buitenlandse roots in elkaar werd geslagen. Niet zo netjes natuurlijk, maar het was tevens koren op de molen van Vlaams extreemrechts en een reden om van zich te doen spreken. Hoewel voorzitter Van Grieken van Vlaams Belang aanvankelijk werd aangekondigd als spreker, bleef hij weg van de manifestatie. Toch was Vlaams Parlementslid Wim Verheyden aanwezig, net als de Kamerleden Hans Verreyt en Steven Creyelman.

‘Extreemrechts is intussen salonfähig’, schrijft Paul Ponsaers in zijn boek. In Puurs lieten Schild & Vrienden en Voorpost zien wat ‘haatzaaiers’ zijn. Wordt extreemrechts het ‘nieuwe normaal’?

Ponsaers’ boek is actueler dan ooit. De boodschap van Pepe Mujica die op 85 jaar afscheid neemt van de politiek is dat ook. Ponsaers spreekt in zijn boek natuurlijk niet over hem, want Mujica is geen haatzaaier. Integendeel. In zijn afscheidsspeech zegt de ex-president van Uruguay met de allicht eenvoudigste levenswandel ter wereld: ‘Ik heb een harde les geleerd. Van haat stomp je af, je kan dan niet langer objectief zijn. Haat is blind, net zoals liefde, maar liefde is opbouwend en haat vernielt. Ik ben een man van passie, maar in mijn tuin kweek ik geen haat’.

Paul Ponsaers,  Haatzaaiers, extreemrechtse radicalisering, Gompel & Svacina, Oud-Turnhout, 2020, 244 blz., ISBN 9789463712583

Recensie door Roger Boonen over "Haatzaaiers", 11/2020, Cahiers Politiestudies

Roger Boonen[1]

In zijn boek ‘Haatzaaiers’ (2020) maakt Paul Ponsaers, socioloog en criminoloog, op een indringende wijze duidelijk dat het ‘nieuwe’ en salonfähige rechts-extremisme zich profileert als identitair, sociaal en broederlijk in een megabeweging. ‘Daarbij hanteert het thema’s zoals migratie of het religieus-geïnspireerde geweld van de voorbije jaren, om een wederkerige radicalisering te bewerkstelligen. Groepsmobilisatie, extreme groepsbinding en een antagonistische identiteitspolitiek zijn de kernelementen van een dergelijk wederkerig proces.’ (p. 12) Ponsaers toont aan dat de ‘vergiftiging’ van de geesten door het rechts-extremisme verloopt volgens processen van polarisering en radicalisering, die hij door en door kent en die hij recentelijk beschreven heeft in enkele belangrijke werken: Jihadi’s in België: de route naar Zaventem en Maalbeek (2017); Loden jaren: de bende van Nijvel gekaderd (2018); Terrorisme in België: polarisering en politiek geweld (2020).

Het nieuwe extreemrechts is volgens adepten van deze ideologie een reactie op de zogenaamde dominantie van het linkse denken, al kan Ponsaers met de beste wil van de wereld - zelfs met een verrekijker - die dominantie niet observeren in zijn hele omgeving. ‘Wat ik zie is een niet noodzakelijk politiek gedreven gemeenschapsgevoel, solidariteit tussen mensen onder elkaar, dat bezwaarlijk kan gereduceerd worden tot een eenheidsworst, noch tot één politieke familie. Maar goed, extreem rechts heeft altijd een zondebok nodig gehad om tegenaan te schoppen. Dat is niet nieuw’ (p. 15).

Extreem rechts vertolkt echter geen mening onder de velen; het gaat om een agressieve, dikwijls haatdragende, uitgesproken mening tégen de anderen. Extreemrechts polariseert bewust, provoceert en intimideert. Zij eist het eigen ‘grote gelijk’ op, terwijl alle andere meningen ‘fake news’ zijn. ‘Het gaat niet om een debat, maar om een strijd ten voordele van dat eigen grote gelijk. Al de rest zijn verdraaiingen, complotten of bewuste leugens. Het fenomeen is niet langer een nationaal fenomeen, maar heeft zich op relatief korte tijd geglobaliseerd. Toch vertegenwoordigt extreemrechts eigenlijk een anti-globalistisch standpunt, dat zich tracht te verankeren in een ‘eigen’ nationale identiteit’ (p.16).

In ‘Haatzaaiers’ heeft Ponsaers het niet zozeer over terrorisme of politiek geweld, maar wel over de beïnvloedingsprocessen die zich in de geest van de burgers kunnen afspelen (al wordt hoofdstuk 2 wel gewijd aan extreem rechts geweld). In hoofdstuk drie wordt toegelicht hoe het extreemrechtse gedachtegoed vorm kreeg, doorheen de school die in Frankrijk ‘La Nouvelle Droite’ werd genoemd. In hoofdstuk 4 focust Ponsaers verder op de specifieke voorgeschiedenis en receptie van de ideeën van ‘La Nouvelle Droite’ in eigen land. In hoofdstuk 5 analyseert Ponsaers de belangrijkste identitaire beweging in Vlaanderen op dit ogenblik, namelijk ‘Schild & Vrienden’. In hoofdstuk 6 wordt het televisieprogramma ‘Pano’ van de VRT, waarin de gematigde Vlaamsgezinde publieke retoriek van ‘Schild & Vrienden’ sterk contrasteert met de racistische, seksistische en antisemitische internet-memes op hun interne communicatiekanalen, in herinnering gebracht. In een laatste hoofdstuk 7 wordt de oerconservatieve katholieke tendens in de schoot van ‘Schild & Vrienden’ geanalyseerd en worden de contradicties blootgelegd in het extreemrechtse kamp. ‘Die kunstmatige terugkeer naar de tijd van voor het Tweede Vaticaanse Concilie  en de adoratie voor de Tridentijnse ritus van voor het Tweede Vaticaanse Concilie illustreren de wijze waarop extreemrechts de Vlaamse identiteit op een haast kinderlijke en slaafse manier verbindt met geloofskwesties’ (p. 21).

In een besluit probeert Ponsaers de belangrijkste rode draden van de rondgang door extreemrechts in het buitenland en in het binnenland te schetsen en komt hij tot enkele ophefmakende conclusies. Ik zet ze even op een rijtje: Nieuw Rechts levert sterke kritiek op het communisme, de meest extreme van alle egalitaire doctrines, en het monotheïsme, dat volgens hen vreemd is aan de Europese cultuur. NR pleit voor een ‘organische’ samenleving, die op de eerste plaats moet steunen op de collectieve identiteit van het Vlaamse volk in onze contreien. Het multiculturele maatschappijmodel wordt door NR krachtig afgewezen als een waanidee en leidt in de realiteit volgens hen tot gettovorming enz.

Het extreemrechtse landschap in Vlaanderen wordt volgens Ponsaers vandaag ‘vooral getekend door de identitaire beweging, die pleit voor het behoud van de ‘Vlaamse identiteit’ en een terugkeer naar de traditionele waarde van de westerse wereld, zoals de vooroorlogse christelijke leer en het klassieke gezin. Alles wat vreemd is aan deze ‘eigen identiteit’  wordt gezien als bedreigend en een mogelijke ondergang van de westerse cultuur. Dit vertaalt zich in vormen van racisme, veelal in vormen van islamofobie (…).

Het is dan ook bijzonder opvallend dat dit hele identitaire netwerk in grote mate gebouwd is op een oud bloed-en-bodem extremisme met sterke wortels in de collaboratieperiode en het nationaalsocialistische gedachtegoed. Het meta-politieke vernis blijkt wel een erg dun laagje bovenop oude erfenissen. Waar je ook kijkt, steeds stoten we op figuren die banden hebben met dit onverwerkt verleden. De historische continuïteit in dit milieu is geen toeval, maar opvallend en gewoonweg structureel’ (p. 201).

Wat de identitaire bewegingen in zowat de hele wereld kenmerkt is volgens Ponsaers de tendens om de waarheid geweld aan te doen. In feite is hun boodschap: de waarheid bestaat niet, het is maar wat jij ervan maakt. Ultiem ben jij schuldig omdat jij dat ervan maakt. ‘De ultieme consequentie van dit soort gedrag is dat er eigenlijk geen waarheid meer bestaat, enkel nog perceptie. Alles is perceptie. De waarheid bestaat niet en dus mag ik doen en zeggen wat ik wil, want ik klets er me toch uit mocht er iets aan de oppervlakte komen. Wat vergeten wordt is dat dit soort gedrag intussen wel genormaliseerd wordt. We moeten maar leren het gewoon te worden’ (p. 205).

In het verlengde hiervan liggen uiteraard de verdachtmakingen aan het adres van de ‘mainstream’ media. Ze doen volgens NR immers hetzelfde, nl. hun perceptie voor waarheid verkopen, terwijl het in feite ‘fake news’ is, d.w.z. verdraaiingen van de werkelijkheid. En daardoor worden de eigen opvattingen en de veroordeling van iedereen die daartegen ingaat vergoelijkt. Alles wat niet strookt met hun zienswijze is ‘onwaar’, fake, distorsie.

‘Wat huidige extreemrechts onderscheidt van het oude bloed-en-bodem radicalisme is niet zozeer de boodschap, maar de media die gebruikt worden om de boodschap over te brengen. ‘The medium is the message’. De identitairen lanceren hun eigen mediakanalen om ongefilterd en zonder vervelende vragen van journalisten (van ‘mainstream media’) hun thema’s te belichten. Ze lanceren hun eigen nieuws-, propaganda- en duidingsplatformen via sociale media vanuit hun eigen wereldbeeld. Opnieuw: in deze zin verschilt extreemrechts niet zozeer van het jihadisme. Antimigratie en uiterst rechtse netwerken buiten de situatie uit om desinformatie te verspreiden gericht op migranten, vluchtelingen en andere kwetsbare groepen. Ze maken daarbij gebruik van angst, lacunes in de publiek beschikbare informatie en simplistische verklaringen die kwetsbare mensen als zondebok neerzetten’ (p. 205).

De logica van extreemrechts komt grotendeels overeen met een terroristische logica: ‘wie het niet met mij eens is, is tegen mij!’ Zo’n opvatting leidt tot radicalisering, tot een domino-escalatie, gaande van het meningsverschil, over verbaal geweld, om uiteindelijk uit te monden in het gebruik van politiek geweld. ‘Wij zeggen wat niemand durft te zeggen’ wordt de legitimering voor alles. ‘Personen binnen de groep raken zo overtuigd van het eigen grote gelijk en het waarheidsgehalte ervan dat zij neerkijken op diegenen die hun mening niet delen. (…) Niemand mag of kan nog kritiek uiten, want dat wordt meteen als een vorm van ‘verraad’ of ‘zwakte’ geïnterpreteerd. (…) De wereld heeft maar één aanschijn, en dat is het onze. (…) Deze logica is gevaarlijk, omdat ze niet langer leidt tot een open debat, dialoog of discussie, maar tot uitoefening van macht, en dus ultiem aanleiding kan geven tot geweld. (…) Het gaat om het kost wat kost halen van het eigen grote gelijk. Het is een ongewone logica, een ‘dead-end street’, waaruit terugkeer erg moeilijk, zo niet onmogelijk wordt’ (p. 206-207).

“Verander de wereld, begin bij jezelf; dit is je innerlijke bevrijding”. Deze woorden van de Braziliaanse bisschop Helder Camara (1909-1999) bevatten zeer veel waarheid. Vrede en verantwoord burgerschap beginnen bij jezelf, bij een innerlijke tevredenheid, bij de activering van de positieve energie in jezelf en de (eventuele) blokkering of verdringing van je negatieve energie. Negatieve energie, die zich kan veruitwendigen in allerlei vormen van al dan niet ideologisch geweld, zowel als positieve energie schuilt in elk van ons ons. De vraag rijst of en hoe je als burger vrede kunt vinden in jezelf, hoe je - indien nodig - over de eigen schaduw kunt stappen? Hoe je radicalisme en polarisatie kunt vermijden? Hoe je verbondenheid met gelijkgezinden en anders gezinden kunt realiseren? Dit wordt voor velen onder ons ongetwijfeld een moeilijke opgave in de hedendaagse, veranderlijke, jachtige, oververhitte, multiculturele, pluriforme samenleving, waarbij de individuele ‘struggle for life’ dikwijls hoogtij viert - zeker in coronatijden - en verandering dikwijls neerkomt op onveranderlijkheid in het samen huilen met de wolven.

De vrede met de andere(n) begint volgens David Grossman (°1954), Israëls grootste levende schrijver, met ‘empathie’, d.w.z. de andere(n) anders laten zijn. Begrijpen dat iedere andere zijn eigen innerlijke constitutie heeft en dat wij er te gast mogen zijn. ‘Als schrijver probeer je om de ander van binnenuit te begrijpen. Om niet je eigen normen, waarden en meninkjes op te dringen, maar sterk genoeg te zijn zodat de ander in jou kan zegevieren en jou zo een klein beetje kan veranderen. Elke keer dat ik mezelf heb durven overgeven aan een al dan niet imaginaire ander en door zijn of haar ogen heb gekeken, wist ik me groter en sterker.’[2] Een empathische benadering van de andere(n) heeft sterke invloed op het burgerschap dichtbij, maar ook veraf, op de strategieën voor conflictoplossing, zowel op micro- als op macroniveau, en is van doorslaggevende betekenis bij de realisatie van de mensenrechten, overal ter wereld en i.v.m. de vormgeving van de internationale betrekkingen.

Volgens Ponsaers - en hij heeft overschot van gelijk! - zet de politieke verharding zich elke dag door. ‘Het is dan ook zaak alert te blijven reageren op nieuwe ontwikkelingen, willen we vermijden dat België het slagveld wordt van extreemrechtse gewelddaden op eigen bodem, zoals we dat hebben gezien in het buitenland’ (p. 208).

Het boek ‘Haatzaaiers’ is beslist het bestuderen meer dan waard. Het brengt een zeer verhelderend en ontnuchterend beeld van extreemrechts en ‘heel veel en misschien wel de meeste mensen moeten, om iets te vinden, eerst weten dat het er is’ (G.C. Lichtenberg). “Geen uitzicht zonder inzicht!” heb ik mijn studenten altijd geleerd.


[1] Pedagoog  - Irenoloog, Coördinator van de Opleiding Vredeseducatie   UA – UCSIA.

[2] Van Riet J., Interview afgenomen van David Grossman. ‘Ik ben zo blij dat ik naar het leven teruggekeerd ben’, De Standaard (DSL) van 24/10/2020, p. 6.

Recensie door Antifacista Siempre over "Haatzaaiers", 01/2021, AFF Verzet

Link

In Jihadi’s in België (2017) beschrijft socioloog en criminoloog Paul Ponsaers de weg die is afgelegd van het ontstaan van Al Qaida in 1988 tot de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 en Brussel op 22 maart 2016. In Loden jaren. De Bende van Nijvel gekadreerd (2018) belicht Ponsaers de misdaden van de Bende van Nijvel in 1982, 1983 en 1985, maar ook de broedhaard van extreemrechtse terreur die eraan voorafging. In Terrorisme in België. Polarisering en politiek geweld (2020) bekijkt Ponsaers zowel extreemlinks terrorisme in ons land (de CCC, Cellules Communistes Combatantes) als extreemrechts (het Front de la Jeunesse, Westland New Post, Vlaamse Militanten Orde…) en het geïmporteerd terrorisme (van het Israëlisch-Palestijns conflict, over Marokko en Armenië, tot de Turks-Koerdische kwestie). Het is een breed pakket van terrorisme dat Ponsaers onder de loep neemt. In zijn jongste boek, Haatzaaiers. Extreemrechtse radicalisering (2020), schetst Ponsaers het ontstaan en de betekenis van ‘Nieuw Rechts’, en de wijze waarop dit in Vlaanderen gehoor vindt.

Na het voorwoord van Christoph Busch (Hannah Arendt Instituut) en de inleiding door de auteur, opent het boek met een opsomming van geweldpleging door extreemrechts. Van ‘lone actors’ zoals Brenton Tarrant in Christchurch (Nieuw-Zeeland), Alexandre Bissonnette in Quebec (Canada), Anders Breivik in Oslo en Utøya (Noorwegen) en Hans Van Temsche in Antwerpen. En geweldpleging door georganiseerd extreemrechts, zoals met de aanslag op het treinstation van Bologna (Italië), het straatgeweld van Bastion Social in Frankrijk, de moorden van de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) in Duitsland, enzovoort.

Een vaak geciteerde inspiratiebron voor extreemrechts is ‘Nouvelle Droite’ (“Nieuw Rechts”) in Frankrijk, met Alain de Benoist en anderen die extreemrechtse ideeën in bestaande partijen en media willen injecteren. Pas als die ideeën daar vanzelfsprekend zijn, kan een verdergaande politieke omwenteling succes hebben. In Duitsland is er het gelijkaardige ‘Thule Seminar’, in Italië ‘Diorama Letterario’, in Portugal ‘Futuro Presente’, in Spanje ‘Hespérides’… Veel nieuw is er niet aan dat ‘Nieuw Rechts’. Nogal wat van die ‘nieuwe’ intellectuelen hebben een activistisch verleden in extreemrechtse studentenverenigingen, en wanneer de kans er is verlaat men de ‘intellectuele hub’ voor ordinaire partijpolitiek.

De opkomst van ‘Nieuw Rechts’ in België begint voor Ponsaers bij Joris Van Severen die in 1931 het ‘Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen’ (Verdinaso) opricht, maar wegens zijn dood in 1940 de Duitse nazi’s niet kan verwelkomen. Na de Tweede Wereldoorlog krijgt ‘Nieuw Rechts’ bij ons gestalte rond figuren als Jean Thiriart en Robert Steuckers. Steuckers is zowel lid van een aantal Franstalige extreemrechtse groupuscules als van het Vlaams Blok. Om vervolgens uit te komen bij Luc Pauwels die het nu nog verschijnend Teksten, Kommentaren en Studies (TeKoS) opstart. Nogal wat redactieleden (Luc Pauwels, Piet Jan Verstraete…) zijn ook actief in het ‘Studie- en Coördinatiecentrum Joris Van Severen’, en via een aantal redactieleden zijn er banden met het Vlaams Blok/Belang (Peter Logghe, Kurt Ravyts…) en soms ook de N-VA (Jan Lievens).

Hierna beschrijft Ponsaers de ontstaansgeschiedenis van Schild & Vrienden (S&V) en de kweekvijver van S&V, de Gentse afdeling van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), om vervolgens uit te weiden over de verschillende groepen van identitairen in Vlaanderen en Europa. De strafste stoten van S&V worden in het boek gememoreerd, alsook de Pano-uitzending over S&V op 5 september 2018 en de weerslag ervan bij de N-VA, het Vlaams Belang en soms ook bij andere partijen. Vooraleer te besluiten beschrijft Ponsaers ook nog het netwerk van katholieke fundi’s dat actief is in Vlaanderen en uitlopers heeft bij het Vlaams Belang en bij Schild & Vrienden.

Wat wij hierboven in grote lijnen schetsen, is door Ponsaers gedetailleerd uitgeschreven met tot gevolg een 350-tal namen in het personenregister, en een 400-tal verwijzingen naar publicaties in de bibliografie. Enerzijds is Haatzaaiers. Extreemrechtse radicalisering daarom handig als naslagwerk, anderzijds is het opletten want er staan ook wel foutjes in. Zo schrijft de auteur op blz. 121 tot driemaal toe over ‘Koenraad Raes’ terwijl dat ‘Roeland Raes’ moet zijn… die elders in het boek wél als ‘Roeland Raes’ wordt geciteerd. Ook in het personenregister lijkt het dat Koenraad en Roeland Raes twee verschillende personen zijn. Over Schild & Vrienden-lid Nick Peeters schrijft Ponsaers op blz. 163 dat Nick Peeters zich kandidaat stelt voor de N-VA bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018, maar Ponsaers schrijft er niet bij dat na een Apache-artikel over de poulain van Theo Francken Nick Peeters van de N-VA-lijst in Lubbeek geschrapt werd.

Tot slot wijst Ponsaers op de contradicties tussen ‘Nieuw Rechts’ en de nieuwe rechtse generatie in Vlaanderen. Zo staat ‘Nouvelle Droite’ negatief tegenover godsdiensten die het bestaan van één god voorop stellen, en is het christendom voor hen geen fundamenteel onderdeel van de Europese cultuur. Gewezen KVHV-praeses, voorzitter van de Vlaams Belang Jongeren (VBJ) en nieuw Vlaams Belang-parlementslid Filip Brusselmans komt daarentegen uit voor zijn katholiek geloof, in de conservatieve variant van vóór het tweede Vaticaanse concilie, incluis de Tridentijnse ritus waarbij de priester zijn mis opdraagt met zijn rug naar de kerkgangers. Bij het Vlaams Belang zijn er nog meer lijnen naar katholieke fundi’s, zoals ook bij Schild & Vrienden. Een andere contradictie is dat bij ‘Nouvelle Droite’ Europa op alle vlakken het centrum van de wereld is, terwijl voor de Vlaamse identitairen dat Vlaanderen is (en liefst nog hun eigen navel). En zo zijn er nog verschillen.

Terwijl het op zich goed is dat de geschiedenis van ‘Nouvelle Droite’ en haar Europese evenknieën wordt geschetst, rijst de vraag wat dan de link is met Schild & Vrienden enzomeer. We willen de intellectuele capaciteiten van Dries Van Langenhove niet onderschatten, maar het lijkt ons toch dat hij zijn inspiratie niet haalt uit de saaie teksten van TeKoS en de Franse tegenhangers, maar eerder uit de Amerikaanse en Europese alt right-cultuur zoals beschreven in Nieuw Rechts van Ico Maly. Tom Van Grieken heeft zich in De Standaard van 11 januari 2020 laten ontvallen dat hij wel eens graag wil praten met Renaud Camus, de theoreticus (en inspirator van nogal wat extreemrechtse terroristen, AS) die Le grand remplacement schreef. Maar intussen haalt de Vlaams Belang-voorzitter voor zijn doen en laten bijvoorbeeld inspiratie bij de autokaravanen die het neofascistische VOX in Spanje inrichtte.

Een boek kan niet álles behandelen, en de thema’s die Ponsaers heeft uitgespit heeft hij doorgaans minutieus in beeld gebracht. Maar “extreemrechtse radicalisering” is meer dan wat zich uit via Schild & Vrienden en het netwerk van katholieke fundi’s. Extreemrechtse radicalisering is ook wat zich uit via het Vlaams Belang en haar agressieve sociale media-politiek. Wat via talloze Facebookgroepen gecommuniceerd en georganiseerd wordt (de hele reutemeteut die de autokaravaan van het Vlaams Belang naar de Heizel ondersteunde). Oude maar nog altijd belangrijke actiegroepen als Voorpost en nieuwe groepen als Project Thule dat uit de koker komt van de veroordeelde neonazi Tomas Boutens. En ook ‘spontane initiatieven’ als de marsen in OostendeMechelen en Puurs met nieuwe namen als organisator, waarbij evenwel bekende figuren uit het wereldje van extreemrechts tot neonazi’s steevast bij opduiken…

Paul Ponsaers, Haatzaaiers. Extreemrechtse radicalisering, uitg. Gompel & Svacina, 244 blzn., 25 euro. Andere recensies vind je hier. Medewerkers van lokale besturen en  mensen die beroepshave werken rond radicalisering en polarisatie kunnen aanstaande donderdag 14 januari 2021 een webinar volgen over de inhoud van het boek. Aanstaande vrijdag 15 januari 2021 is er een voor iedereen toegankelijk online event van het Hannah Arendt Instituut waarbij Paul Ponsaers over zijn jongste boek geïnterviewd wordt door Christophe Busch.