Bibliography Paul Ponsaers

Net verschenen : Jihadi's in België

Ponsaers, P. (2017). Jihadi’s in België - De route naar Zaventem en Maalbeek, Antwerpen/Apeldoorn: Maklu, pp. 252

Op 22 maart 2016 ontploften bommen op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek. Dit was het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis van 25 jaar. Dit boek biedt een unieke reconstructie van deze tijdsperiode. Tot op heden ontbrak dit helikopterzicht op het jihadisme in ons land. Dit boek schetst het verhaal van geopolitieke gebeurtenissen die van “jongens van bij ons” handpoppen maakten van de transnationale politieke scène, die hen misbruikte en offerde voor heel andere doeleinden dan deze waarin zij “geloofden”. Het is de geschiedenis van de gestage uitbouw van het jihadistisch gedachtegoed in ons land, van talrijke rekruteringscirkels, propagandadispositieven, logistieke netwerken, financieringsstromen, van de gang naar Syrië en van “returnees” naar België. Bommen komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van deze diverse fasen die het jihadisme in ons land doorliep. 

Deze reconstructie geeft een breed lezerspubliek inzicht in deze historie, waarin een aantal protagonisten als een rode draad telkens weer opduiken, terug uit het blikveld verdwijnen, om na verloop van tijd opnieuw te verschijnen. Tal van details krijgen hun plaats in dit geheel en worden verduidelijkt in dit overzicht, met diverse mondiale uitlopers, die telkens ook terug verwijzen naar ons land. Het is daarom een treffende schets van de historische continuïteit die verborgen gaat achter de aaneenschakeling van talloze “faits divers” die het Belgisch terreurfenomeen omgeven. Het boek is voorzien van een uitvoerige bibliografie en een handzaam naamregister, waarmee geïnteresseerde lezers verder aan de slag kunnen. Een must voor al diegenen die inzicht willen ontwikkelen over de “route naar Zaventem en Maalbeek”.

Waarom België niet in oorlog is

Recensie: Jan Walraven | 7 september 2017 | Apache

“De bommen die op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek ontploften, zijn niet uit de lucht komen vallen.” Met zijn boek ‘Jihadi’s in België’ voorziet emeritus hoogleraar criminologie Paul Ponsaers de recente terreur van historische context. Uit het patchwork aan informatie dat ons via de media bereikt, destilleert hij een historisch overzicht dat de huidige generaties jihadi’s linkt aan de vergeten “veteranen van de terreurscène”.

“In het mobieltje van Hasna Ait Boulahcen (de nicht van Abdelhamid Abaaoud – JW) vinden de politiemensen een foto. Op de foto staat naast Abdelhamid Abaaoud lachend Farid Melouk. Het lijkt er fel op dat de foto genomen is in Syrië, waar hij een trainingskamp heeft opgericht voor het gebruik van wapens.”

Met deze cruciale passage maakt Paul Ponsaers de centrale these van zijn boek ‘Jihadi’s in België’ in één keer duidelijk. Melouk die Abaaoud ontmoet in het kalifaat, dat is een lid van het Algerijnse GIA-netwerk dat in 1995 een moorddadige reeks van aanslagen pleegde in Frankrijk die de coördinator van de terroristische aanslagen in Parijs van november 2015 ontmoet. Melouk werd bovendien door de inlichtingendiensten gespot aan de zijde van onder meer Chérif Kouachi, die samen met zijn broer Saïd de aanslag op Charlie Hebdo zal plegen.

Twee generaties jihadi’s die vlot in elkaar overvloeien, voor Ponsaers bewijs dat de huidige generatie meer dan schatplichtig is aan hun voorgangers.

Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen op de luchthaven van Zaventem, ontmoette in Syrië een lid van het Algerijnse GIA-netwerk dat in de jaren negentig een reeks aanslagen in Frankrijk pleegde. (Foto: Belga (c) Yorick Jansens)

“De bommen die op Zaventem luchthaven en in het metrostation Maalbeek ontploften, zijn niet uit de lucht komen vallen. Zij vormen het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis. Die voorgeschiedenis gaat tot ver terug in de tijd, minstens tot begin 90-er jaren”, schrijft Ponsaers aan het eind van zijn boek, nadat hij gedurende tweehonderd pagina’s het doen en laten, komen en gaan heeft beschreven van de eerste en tweede generatie jihadi’s die op één of andere manier met België verbonden zijn.

Algerije

Ponsaers, ex-journalist van De Morgen en emeritus hoogleraar criminologie (UGent) volgt al jaren de politiediensten in België en Europa op de voet. Voor zijn gedetailleerde who’s who van het Belgische jihadimilieu gaat hij terug tot het ontstaan van Al Qaida in Afghanistan en de voortschrijdende radicalisering van de Algerijnse kwestie.

De neergang van de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging FIS (Front Islamique du Salut) en de opkomst van de eveneens Algerijnse terreurorganisatie GIA (Groupe Islamique Armé) zal uiteindelijk een cruciale rol spelen. Het is via het GIA-netwerk dat de jihadi’s in ons land neerstrijken en hun gedachtegoed beginnen te verspreiden.

Zo is er bijvoorbeeld de Algerijn Djamel Beghal, een prominent lid van de GIA, die veel reist tussen Duitsland, België, Nederland en Spanje. Hij is de man die Nizar Trabelsi overtuigt om naar Afghanistan te gaan en die geboekstaafd staat als de ‘goeroe’ van Chérif Kouachi en Amedy Coulibaly. Coulibaly is de man die twee dagen na Charlie Hebdo de aanslag pleegde op de Parijse joodse supermarkt in 2015 en de wapens daarvoor via contacten in België kocht.

Historische continuïteit

Het is Ponsaers net te doen om deze opvallende historische continuïteit tussen generaties van jihadi’s. Die gaat ons al te vaak verloren. Onze kijk op het internationaal terrorisme wordt in grote mate bepaald door wat we via de filter van nieuwsmedia voorgeschoteld krijgen. Individuele feiten volgen elkaar in sneltempo op, waarbij enig panoramisch overzicht op het geheel van individuen, netwerken en groeperingen ons ten langen leste ontgaat.

De historische verbanden ontglippen ons, waardoor we, ondanks de decennialange aanwezigheid van terroristische netwerken op ons grondgebied, nog steeds verbaasd waren toen ons kleine land getroffen werd door jihadistische terreur. Evenwel, schrijft Ponsaers, is er met een beter begrip van deze historische continuïteit kans om gedrag voorspelbaar te maken en wordt het mogelijk om erop te anticiperen.

Nochtans zijn intussen lang vergeten figuren als Beghal en Melouk van cruciaal belang, meent Ponsaers. “Het zijn als het ware personen die het ‘klappen van de zweep’ kennen en daarom ook als identificatiepersonen fungeren. Het gaat om de ‘veteranen van de terreurscène’, de ‘helden’. Het zijn zij die de dragers zijn van de technische kennis en ervaring die wordt doorgegeven”, schrijft Ponsaers.

Inner circle

Het doorgeven van die kennis en ervaring gebeurt in wat hij “differentiële associaties” noemt. Ponsaers bouwt daarmee verder op de theorie van socioloog Edwin Sutherland, die met zijn theorie alle vormen van criminaliteit wil verklaren. Het komt erop neer dat iemand crimineel gedrag wordt aangeleerd binnen deze ‘differentiële associatie’, de nabije sociale omgeving en intieme persoonlijke groepen. Criminaliteit wordt aangeleerd in interactie met andere personen.

Binnen die groepen wordt niet enkel de zeer praktische kennis – het maken van explosieven – aangeleerd, maar evengoed de theorieën en denkkaders die als motivering en verantwoording voor het plegen van terroristische daden dient.

Naast het belang van een aantal centrale identificatiefiguren benadrukt Ponsaers ook dat van de rekruteringscirkels waarbinnen ze opereren. Sharia4Belgium is daar natuurlijk het bekendste voorbeeld van. “Jihadi’s, zelfs zogenaamde lone wolves, handelen niet alleen”, schrijft Ponsaers.

Die inner circle bestaat niet toevallig uit mensen uit de directe sociale omgeving. De broers Kouachi, de broers Abdeslam, of Abaaoud die zich schuilhoudt bij een nicht, die familiale banden zijn geen toeval. Het verklaart ook waarom het Franse stadje Trappes, waar 60 tot 80 van de 30.000 inwoners afreisden naar Syrië om IS te vervoegen, vandaag het bastion van het Franse Jihadisme genoemd wordt.

Ponsaers maakt de vergelijking met de Italiaanse maffia. Daar steunt men evenzeer in belangrijke mate op familiale banden. “Men gaat er impliciet van uit dat men elkaar kan vertrouwen, dat niemand zijn mond voorbij praat buiten het referentiesysteem, dat er voldoende know-how aanwezig is binnen datzelfde systeem.”

Zaoui

In zijn chronologische oplijsting springt Ponsaers van de ene terrorist naar de volgende terreurcel en een al dan niet geslaagde aanslag. Met ons land als rode draad, op zoek naar verbanden tussen België en het internationaal terrorisme. Niet alleen de jihadi’s met de Belgische nationaliteit passeren dus de revue, ook eerder aangehaalde buitenlandse sleutelfiguren of tijdelijke passanten worden door Ponsaers gecatalogeerd.

Er passeert een rist namen waarvan de ene al langer blijft plakken dan de ander. Het maakt het lezen er niet makkelijker op, maar uiteindelijk komen verbanden bovendrijven, kunnen netwerken ontwaard worden, waarbij een aantal ringleaders meer dan eens terugkomt. Melouk en Beghal zijn er slechts twee van.

Er is ook Ahmed Zaoui, een Algerijnse vertegenwoordiger van het FIS die zich in 1993 in België vestigt en hier in contact komt met Tarek Maaroufi, een Belgische imam van Tunesische origine. Maaroufi, lid van het Islamitisch Tunesisch Front (ITF), de gewapende arm van het verzet tegen het Tunesisch presidentieel regime, wordt ervan verdacht een tijd te hebben doorgebracht in een opleidingskamp in Afghanistan.

Na een huiszoeking wordt duidelijk dat Zaoui in contact staat met belangrijke leden van het GIA. Op 1 maart 1994 komt de Belgische politie in actie en arresteert een dozijn vermeende GIA-leden, ondermeer Ahmed Zaoui en Tarek Maaroufi. Zware wapens, munitie en valse papieren worden in beslag genomen. Het netwerk heeft banden met de brede diaspora van Afghaanse veteranen.

Zaoui zal uiteindelijk worden vrijgesproken, wegens onvoldoende harde bewijzen. Maaroufi krijgt wel een straf, voor illegale wapenhandel.

Later zal blijken dat het netwerk van Ahmed Zaoui wellicht onderschat werd door de Belgische veiligheidsdiensten. Zo stond het netwerk in contact met GIA-leden die in 1995 een reeks van dodelijke aanslagen zullen plegen in Parijs. Het is hier, in België, bij Ahmed Zaoui, dat de aanslagencampagne van 1995 wordt beraamd en voorbereid.

De moord op Massoud

Maaroufi was op zijn beurt betrokken bij de moordaanslag op commandant Ahmed Chah Massoud, twee dagen voor 9/11. Massoud was een van de leiders van de Afghaanse Noordelijke Alliantie die strijd voerde tegen de taliban. Het was Maaroufi die de uiteindelijke moordenaars van valse papieren voorzag.

De moordenaars, die bij de aanslag zelf het leven lieten, deden zich voor als Belgische journalisten en geraakten zo tot bij Massoud, waarop ze één of meerdere bommen lieten afgaan. Met de moord op Massoud, de belangrijkste tegenstander van de taliban, verzekerden Al Qaida en Osama Bin Laden zich – twee dagen voor 9/11 – van de steun van de taliban.

De moord op Massoud is voor Ponsaers een illustratie van het cynisme en opportunisme van de leiding van terreurgroeperingen als Al Qaida of IS. Het geopolitieke keerpunt dat de moord op Massoud betekende, maakt voor Ponsaers duidelijk dat “in Afghanistan, later in Irak en Syrië, strategieën worden uitgezet, die tot uitvoering worden gebracht door Europese rekruten, die wellicht zelden de volledige draagwijdte van hun acties begrepen.”

Die leiders maakten en maken nog steeds gebruik van geradicaliseerde en geïndoctrineerde jonge rekruten. Ponsaers bestempelt die jongeren als handpoppen die misbruikt en opgeofferd worden voor doeleinden waarvan ze nauwelijks enig benul hebben.

Brutale criminaliteit

Ponsaers wil niet weten van de oorlogsretoriek die momenteel in België en Europa weerklinkt. Natuurlijk speelt het militaire op het terrein in Syrië, Irak en elders een rol, maar de terreurcampagne die IS voert tegen het Westen weigert Ponsaers als oorlog te erkennen. “Het gaat niet om oorlog in ons land, het gaat om brutale criminaliteit, niets meer of minder”, schrijft hij.

“Het definiëren van terreur op Belgisch territorium als oorlog komt erop neer dat de Belgische staat de definitie van de terroristen overneemt, waarbij deze laatsten, als niet-statelijke actoren, de oorlog verklaard hebben aan eenieder die tegen hun aspiraties op het vestigen van een allesomvattende Islamitische Staat ingaat.”

Het boek “Jihadi’s in België. De route naar Zaventem en Maalbeek” (252 blz., ISBN: 9789046608937) is verschenen bij Uitgeverij Maklu.

Recent Book : Policing European Metropolises - The Politics of Security in City-Regions

Devroe, E., Edwards, A., Ponsaers, P. (eds.) (2017). Policing European Metropolises, The Politics of Security in City-Regions, London and New York: Routledge, pp. 343.

Understanding the politics of security in city-regions is increasingly important for the study of contemporary policing. This book argues that national and international governing arrangements are being outflanked by various transnational threats, including the cross-border terrorism of the attacks on Paris in 2015 and Brussels in 2016; trafficking in people, narcotics and armaments; cybercrime; the deregulation of global financial services; and environmental crime.

Metropolises are the focal points of the transnational networks through which policing problems are exported and imported across national borders, as they provide much of the demand for illicit markets and are the principal engines generating other policing challenges including political protest and civil unrest. This edited collection examines whether and how governing arrangements rooted in older systems of national sovereignty are adapting to these transnational challenges, and considers problems of and for policing in city-regions in the European Union and its single market.

Bringing togetheringing together experts from across the continent, Policing European Metropolises develops a sociology of urban policing in Europe and a unique methodology for comparing the experiences of different metropolises in the same country. This book will be of value to police researchers in Europe and abroad, as well as postgraduate students with an interest in policing and urban policy.

Oral History Project ESC

The European Criminology Oral History project, better known as ECOH, was approved by the ESC Board and launched at the Annual Conference of 2016 in Munster. ECOH is a ESC long-term project, and it aims to build a collective memory of European criminology by creating an archive of videotaped interviews of people who have made important contributions, starting with founders of the ESC, formers ESC presidents, and ESC award winners.

In these interviews, we wanted to learn about people’s careers, about their research interests in the past and now, how and why they became involved in criminology, their career achievements, and their ideas about criminology in Europe and in their own countries. We also wanted to stimulate conversations, paying attention to both the person interviewed and the person interviewing. All of the interviewers had worked with the people they interviewed, sharing with them a long experience of academic cooperation, usually as a former PhD student or a close colleague. The interactions add a special quality to the tales of a single career.

The interviews conducted in Munster in 2016 have been edited and are available on the ESC website (European Society of Criminology Channel). See and listen to the interview with Paul: YouTube video [45 minutes]

44th James Smart Memorial Lecture, Edinburgh

Photo : © Robert Tomkins Presentation of the James Smart Memorial Medal. (l to r) Paul Ponsaers, Iain MacLeod (IESIS), Nick Fyfe (SIPR)

Scottish International Policing Conference 2016 10th November, 2016

John McIntyre Centre, University of Edinburgh, Scotland

The 44th James Smart Memorial Lecture: Professor Paul Ponsaers, University of Ghent

Policing  European Metropolises: Convergence and Divergence in the Politics of Security in  City-Regions

PowerPoint Presentation [1.2 Mb]

Podcast [39 minutes, 13.7 Mb]