Recente activiteiten

Vandaag werd ik gehoord als expert in de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken omtrent een aantal hangende wetsvoorstellen inzake de aanpassing van de wet op de private milities. De discussie ging voornamelijk over de mogelijkheid om verenigingen te verbieden die zich schuldig maken aan inbreuken op de gender-, discriminatie- en racismewetgeving.

PAUL GEBRUERS | 3 juni 2021

 

Minister Verlinden zet politie op weg naar nieuwe hervorming

 

 Met de lancering van een Staten-Generaal van de Politie is het startschot gegeven van een hervorming van het politiebestel. Volgens minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden staat het huidige model na twintig jaar onder druk. De politie van de toekomst moet over minder dan twee jaar vorm krijgen. ‘We hebben geen nood aan hervorming, maar aan herbronning’, zegt criminoloog Paul Ponsaers.

 

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) heeft vorige week dinsdag (25/5) in het Egmontpaleis in Brussel de Staten-Generaal van de Politie (SEGPol) gelanceerd. Dat project moet het huidige politiemodel updaten. De laatste politiehervorming, de grootste uit de Belgische geschiedenis, dateert van 2001. Precies twintig jaar geleden werd een geïntegreerde politie opgericht.

 

De kiem van die hervorming gaat terug tot 13 augustus 1996 met de arrestatie van Marc Dutroux. Niet alleen de gruwel in het huis in Marcinelle kwam pijnlijk aan de oppervlakte. Ook de fouten tijdens het onderzoek naar de verdwenen meisjes, waarbij cruciale informatie niet gedeeld werd. Tijdens de Witte Mars in Brussel op 20 oktober van dat jaar eisten manifestanten een drastische hervorming van politie en justitie. Een parlementaire onderzoekscommissie vroeg hetzelfde, maar kreeg het niet.

 

Dutroux stak weer een handje toe met zijn kortstondige ontsnapping uit het gerechtsgebouw van Neufchâteau op 23 april 1998. Boswachter Stéphane Michaux, die hem inrekende in Herbeumont, werd een nationale held en in zijn zog kregen diepgaande hervormingen een tweede kans. Die werd ditmaal wél gegrepen: meerderheid en oppositie sloten op 7 december 1998 het Octopusakkoord, als politiek antwoord op de brede roep tot hervorming van politie en gerecht in België.

 

In ons land woedde al decennia een versmachtende concurrentiestrijd tussen politiediensten. Tot die conclusie kwam ook de eerste parlementaire onderzoekscommissie naar de Bende van Nijvel in 1990. “We kunnen spreken van een echte politieoorlog, veroorzaakt door de rivaliteit tussen de korpsen.” Uit de hoorzittingen van de commissie-Dutroux bleek dat de concurrentie tussen de toenmalige rijkswacht en de gerechtelijke politie niet verdwenen was.

 

Terreur dwarsboomt succes

 

De hervorming van de politie groeide uit tot symbool van het Octopusakkoord, veel meer dan die bij justitie. De opdeling tussen de rijkswacht, de gemeentepolitie en de gerechtelijke politie bij de parketten werd opgedoekt. Die drieledige organisatie ruimde op 1 april 2001 plaats voor één korps op twee niveaus: de federale politie en lokale politiezones.

 

De herstructurering was een succes, zeker in de aanvangsjaren. De nieuwe basisstructuur leidde tot een aanzienlijke verbetering van de informatiedoorstroming. Maar toen kwam de terreur, met de aanslagen in Parijs in november 2015 en in Zaventem en Brussel in maart 2016.

 

Kritische geluiden over een gebrekkige uitwisseling van informatie staken opnieuw de kop op. Zo uitte het Comité P, dat de politie in ons land controleert, bedenkingen over de manier waarop gegevens over de terreurverdachten door de federale politie doorgespeeld waren aan de diverse lokale diensten.

 

Dat het huidige model op de schop zit, is ook een gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. “We hebben de voorbije veertien maanden gezien dat de wereld in zeer korte tijd op erg drastische wijze kan veranderen”, zei minister Verlinden tijdens het lanceermoment. “Zeggen dat ons land niet meer hetzelfde is als twintig jaar geleden is een understatement. De wereld, ons land en de samenleving veranderen. De politiediensten kunnen simpelweg niet achterblijven.”

 

Op het lanceermoment waren naast de politietop ook vertegenwoordigers van de academische wereld en de administratie aanwezig. Bij de 300 genodigden die digitaal aansloten, bevonden zich korpschefs, burgemeesters en andere stakeholders van Belgische veiligheidsdiensten.

 

Concrete aanbevelingen

 

Minister Verlinden beschouwt de staten-generaal als “een verbindend en overkoepelend project dat alle strategische initiatieven en projecten van de politie wil samenbrengen”. De bestaande visie- en beleidsdocumenten, relevante studies, evaluaties en rapporten dienen als uitgangspunt.

 

Het voorzitterschap en de regie van SEGPol liggen bij de minister en een kerngroep van sleutelpartners. Toonaangevende partners zijn het Coördinatiecomité van de Geïntegreerde Politie (CCGPI) en de Algemene Directie Veiligheid en Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken.

 

Daarnaast zetelen in de kerngroep drie organisaties die volgens Verlinden de voorbije jaren een prominente rol hebben gespeeld in het politielandschap en die de academische wereld en de politie samenbrengen. Het gaat om het Centrum voor PolitiestudiesCircle of Police Leadership en het Centre d’études sur la police.

 

Andere belanghebbenden die mee aan tafel mogen schuiven, zijn de Algemene Inspectie van de federale en lokale politie, de Federale Politieraad, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en haar Brusselse en Waalse tegenhangers Brulocalis en Union des Villes et Communes de Wallonie, Comité P en belangenorganisaties zoals de politievakbonden. Verlinden gaat ook na welke rol minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) wil spelen in de staten-generaal.

 

Van de partners wordt verwacht dat ze de komende maanden rondetafelgesprekken, seminaries, studiedagen en workshops organiseren om belangrijke beleidsthema’s en uitdagingen in kaart te brengen. Finaal moet dat uitmonden in concrete beleidsaanbevelingen.

 

Een tussentijdse briefing over het groeipad is gepland voor begin 2022. Het slotevenement staat op de agenda voor eind volgend jaar, of uiterlijk tijdens de eerste maanden van 2023. Over minder dan twee jaar moet de politie van de toekomst een concrete invulling krijgen voor de volgende twee decennia.

 

Boter bij de vis

 

Meer diversiteit bij de politiediensten en de relatie met de bevolking, in het bijzonder met jongeren, zijn items die zeker aan bod zullen komen. Andere agendapunten zijn burgerparticipatie en de zogenaamde new way of protesting. Bij die nieuwe manier van actievoeren spelen sociale media een controversiële rol.

 

Ook thema’s die al heel lang aanslepen, komen op tafel. Zoals de financiering van de lokale politie, de optimale schaalgrootte en de invulling van gespecialiseerde steun door de federale politie.

 

Commissaris-generaal van de federale politie Marc De Mesmaeker kondigde bij zijn aantreden op 15 juni 2018 aan dat er onder zijn bewind geen nieuwe herstructurering zou komen. “We moeten niet hervormen om te hervormen”, herhaalde hij na afloop van het startevenement. “De structuren staan op poten en die zijn goed. We kunnen wel nakijken wat anders en beter kan.”

 

De Mesmaeker noemde de financiering een van de speerpunten van SEGPol. “Geen armada zonder boter bij de vis”, stelde hij. “De overheid mag niet met de ene hand wegnemen wat met de andere hand gegeven is.”

 

Eenzelfde geluid was te horen bij de Vaste Commissie van de Lokale Politie. “Niet veranderen om te veranderen”, zei Nicholas Paelinck. Wel moet de politieorganisatie volgens de voorzitter meer wendbaar zijn en moet gestreefd worden naar een dynamischer evenwicht.

 

Ook Paelinck verwees naar de financiële middelen van de politiediensten. “De overheid schoot de afgelopen twintig jaar schromelijk tekort. We hopen dat het nieuwe initiatief zal leiden tot een kwalitatief statuut, een attractieve werkgever en een performante benadering van ons veiligheidsbeleid.”

 

Model onder druk

 

Vanzelfsprekend wordt ook het federale parlement bij het dossier betrokken. Over twee belangrijke thema’s wordt al zeker gedebatteerd in de commissie Binnenlandse Zaken: het statuut van de politie en de opleiding. Yngvild Ingels (N-VA) stelde op 17 maart in de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken vragen over de nakende politiehervorming aan minister Verlinden.

 

“Uit ervaring blijkt dat de vraag naar evaluaties vaak terechtkomt bij mensen die aan de knoppen van de hervorming zaten en die pleiten voor de eigen organisatie. Er moeten voldoende externe stemmen aan bod komen”, stelde het Kamerlid.

 

“Het is geen geheim dat het huidige politiemodel na twintig jaar onder druk staat”, antwoordde de minister. “Het einddoel is om te komen tot een meer aantrekkelijke en betere politie voor alle belanghebbenden. Op basis van een nieuwe aanpak en visie.”

 

Verlinden verduidelijkte waarom ze naar de formule van een staten-generaal greep. “Dat concept is al eeuwenoud en dateert volgens mij ongeveer van de periode van de Bourgondiërs, toen alle standen bij elkaar werden gebracht om de voornaamste maatschappelijke thema’s te bespreken. In dit geval zal de staten-generaal die traditie koppelen aan vernieuwing voor de toekomst.”

 

Ingels pleitte ervoor om de interactie met de burger te verzekeren. Verlinden had eerder zelf te kennen gegeven dat de mening van het publiek niet over het hoofd mag worden gezien. “Het betrekken van de bevolking wordt bekeken met de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, die al actief is op het vlak van burgerparticipatie”, stelde de minister.

 

Financiering lokale zones

 

De hoorzittingen over de financiering van de lokale politie kunnen aan de staten-generaal gekoppeld worden. Met de vakorganisaties lopen onderhandelingen over een nieuw sectoraal akkoord voor het geldelijke statuut binnen de politiediensten.

 

ACV Politie verwijst naar de beleidsverklaring van Verlinden over “het herstel en de versterking van de aantrekkelijkheid van alle veiligheidsberoepen”. De vakbond hoopt dat daar een structurele loonsverhoging aan vastzit. Die bleef de voorbije twee decennia achterwege.

 

Zowel de federale als de lokale politie vraagt om extra budgettaire middelen, onder meer om de onderbezetting aan te pakken. Emeritus professor criminologie Paul Ponsaers plaatste in een recent interview met Apache kanttekeningen bij dat vermeende personeelstekort. De federale politie is volgens Ponsaers de voorbije periode onderbedeeld geweest, maar de lokale politie heeft weinig reden om aan de klaagmuur te gaan staan.

 

Volgens de wet op de geïntegreerde politie ontvangen lokale zones zowel een federale toelage als een gemeentelijke dotatie. De gemeenten nemen met 61% de grootste lasten op zich. De federale overheid financiert 34% van de uitgaven van de politiezones. In de 185 lokale zones in ons land werken 35.100 politiemensen. De federale politie telt 13.500 personeelsleden.

 

Repressie haalt het van preventie

 

Professor Ponsaers ziet geen concrete aanleiding voor een nieuwe politiehervorming en al evenmin een noodzaak. “Waarom nu over een hervorming praten als we een ingrijpende herstructurering hebben gekend, het mag dan al twintig jaar geleden zijn. We moeten ervoor zorgen dat die hervorming wordt doorgezet, maar dat gebeurt niet.”

 

“Structureel zijn er zaken veranderd, maar essentieel is dat we nog altijd een dominante lokale politie hebben. De officiële visie luidt dat we een communitypolitie nastreven. Dat klinkt sloganesk, maar het is wel een heel belangrijk gegeven.” Volgens de criminoloog zijn we ondanks de herstructurering steeds verder afgedreven van een gemeenschapsgerichte politiezorg vanuit het concept van community policing. “We hebben geen nood aan hervorming, maar aan herbronning.”

 

“Ondanks veel verbeteringen krijgen we terzelfdertijd meer robocops, een hardere politie en een versterkt geloof in het feit dat de politie problemen kan oplossen. De politie zegt zelf dat oplossingen alleen mogelijk zijn door samenspraak met anderen. We zitten opgescheept met maatschappelijke tendensen die de tand des tijds niet doorstaan.”

 

“Neem de oorlog tegen de drugsmaffia. Alleen al het idee van een strijd tegen de drugs in het Antwerpse: dat is pure oorlogstaal. Terwijl het vooral een medisch probleem is waarbij de politie en partners zoals afkickcentra en scholen zouden moeten samenwerken. In plaats van een preventief netwerk uit te bouwen gaat alle aandacht naar repressie. Dat ze de grote jongens willen pakken, is logisch. Maar dat is slechts een deeltje van het verhaal.”

 

Gelijkwaardige zorg voor iedereen

 

Aan de jongste politiehervorming gingen vijf turbulente jaren vooraf. “Voor een hervorming zal ook nu meer nodig zijn dan een staten-generaal”, zegt Ponsaers. “Ik geloof niet dat je daarmee fenomenen als brutaal politiegeweld kan veranderen. Minister Verlinden zegt dat ze enerzijds over te weinig mensen beschikt voor interne doorstroming en dat ze anderzijds naar een betere politie streeft. Dat klinkt een beetje contradictorisch. Meer kwaliteit bereik je alleen met een strengere selectie en een betere opleiding.”

 

De financiële verzuchtingen van de politie wuift Ponsaers weg. “Er stelt zich geen probleem van middelen, maar van de verdeling. De lokale politie wordt voor het grootste deel gefinancierd door gemeentelijke fondsen en slechts een fractie vanuit de federale kas. Daardoor verloopt de sturing niet van bovenaf maar van onderuit.”

 

De federale middelen voor de lokale zones zijn gebonden aan een minimale norm, met een bepaald aantal politiemensen in de diverse functies. Dat laat toe om zowel de recherchediensten als de wijkwerking voldoende te bemannen. “De middelen zouden beter gespreid worden naargelang de behoefte, de noodwendigheid en vooral het inzicht over welk soort politie we eigenlijk willen”, stelt Ponsaers.

 

“De minimale norm is jaren geleden berekend, op basis van totaal voorbijgestreefde criteria. Daardoor groeide een onevenwicht tussen grootsteden en kleinere gemeenten. We moeten het verdelingssysteem voor de lokale politie opnieuw finetunen. Iedereen is het daarover eens, maar niemand durft de nek uit te steken.” Ponsaers pleit voor een terugkeer naar de bron. “Wat zijn de vereisten om het systeem opnieuw goed te laten draaien?”

 

Politiediensten zijn niet happig op hervormingen. “Het gros van de korpschefs is geen voorstander van veranderingen. Maar ook voor hen is duidelijk dat het op veel vlakken fout gelopen is. We hoeven niet vanaf nul te herbeginnen. Ons bestel is goed, als de afspraken tenminste uitgevoerd worden. Het achterliggende idee van de minimale norm is om te komen tot een gelijkwaardige politiezorg voor iedereen, vergelijkbaar met onze gezondheidszorg.”

DE OPMARS VAN EXTREEMRECHTS IN VLAANDEREN: CRIMINOLOOG PAUL PONSAERS

 

Amper werd de ene steungroep voor Jürgen Conings verbannen, of op sociale media doken ettelijke andere ‘Je suis Jürgen’-pagina’s op. Nieuwe extreemrechtse groepjes schieten als paddenstoelen uit de grond en het gerecht heeft er amper vat op. Criminoloog en socioloog Paul Ponsaers brengt al bijna een halve eeuw de extreemrechtse scene in kaart en ziet een dreigend gevaar: “We moeten nu de meelopers scheiden van de echte haatzaaiers, de potentiële terroristen”.

 

‘WE MOETEN ERNSTIG REKENING HOUDEN MET EEN NIEUWE EXTREEMRECHTSE AANSLAG IN ONS LAND’

Eyfer Erkul

 

Paul Ponsaers heeft de voorbije jaren onderzoek gedaan naar de radicalisering van jihadi’s en naar aanslagen van extreemlinkse groeperingen. Maar extreemrechts heeft veruit het meest zijn aandacht: hij schreef onder meer ‘Loden jaren’, over de Bende van Nijvel, en ‘Haatzaaiers’, over de radicalisering bij extreemrechts. Hij volgt groepen als Schild & Vrienden en ziet hoe ze in de samenleving en de media infiltreren, en het debat vergiftigen met fake news. Ook het leger slaagt er niet in extreemrechts uit zijn rangen te weren.

 

HUMO Was u verrast toen bleek dat een militair met extreemrechtse sympathieën er met zware wapens vandoor is gegaan?

Paul Ponsaers «Niet echt. Ons collectief geheugen is kort, maar de voorbije decennia zijn extreemrechtse elementen een aantal keren geïnfiltreerd in het leger. De groepering Westland New Post (WNP), die bestond uit militairen, is daar het beste voorbeeld van. Die neonazi’s konden begin jaren 80 bij het leger en overheidsinstellingen binnendringen. Ze hielden professionele trainingen, hadden zware wapens en werden later ook aan de Bende van Nijvel gekoppeld. Ze wilden geen grote aanslag plegen, maar wel de Belgische staat destabiliseren. Ze slaagden erin geheime NAVO-documenten te stelen uit het hoofdkwartier van Defensie in Evere en die dan in een obscuur tijdschrift te publiceren. Daarmee wilden ze laten zien hoe makkelijk het was en dus hoe kwetsbaar België was. Als zij dat konden, konden communisten dat ook, en dus moesten er strengere veiligheidsmaatregelen genomen worden en nieuwe mensen op strategische posten komen. Met die diefstal wilden ze de invloed en de macht van extreemrechtse elementen binnen het leger vergroten. Ik zie daar een parallel met de wapendiefstal door Jürgen Conings.»

 

HUMO Stal hij raketlanceerders om de extreemrechtse invloed binnen het leger te vergroten?

Ponsaers «Zijn werkwijze is in ieder geval typisch voor extreemrechts. Ze willen het staatsapparaat van binnenuit ondermijnen. Zijn actie wordt gezien als een teken dat de veiligheidsprocedures bij het leger niet deugen en dat daar dringend iets aan gedaan moet worden: andere mensen moeten die strategische posten krijgen. Twijfel zaaien en voor onrust zorgen, dat willen ze doen. Door de massale zoekactie is de sympathie voor extreemrechts in het leger ook gegroeid: behalve die wapens stelen heeft ‘onze Jürgen’ toch niets gedaan? Men vreest dat hij een aanslag wil plegen, maar dat betwijfel ik. Dan had hij dat al lang gedaan en was hij niet gaan lopen.»

 

HUMO Hij zou een aanslag op onder anderen viroloog Marc Van Ranst gepland hebben. U ziet hem niet als iemand die in zijn eentje radicaliseert en tot daden overgaat?

Ponsaers «Ik denk dat hij een meeloper is, iemand die de weg is kwijtgeraakt en is geradicaliseerd onder invloed van anderen. Ik denk dan meteen aan Tomas Boutens, de ex-militair die de solidariteitsacties voor Jürgen Conings op gang heeft getrokken. Boutens zei in zijn boodschap op Facebook nadrukkelijk dat Conings niet alleen stond, waar hij zich ook bevond. Alsof hij hem eraan wilde herinneren dat hij op een netwerk kon terugvallen.

»Ook Tomas Boutens is een frappant voorbeeld van hoe extreemrechts in het leger is geïnfiltreerd. Hij was de man achter Bloed, Bodem, Eer en Trouw (BBET), een organisatie van neonazi’s die voor het grootste deel uit beroepsmilitairen bestond. Die werd in 2006 beschuldigd van terrorisme nadat er plannen waren opgedoken om het land te destabiliseren door politici als het toenmalige Vlaams Blok-kopstuk Filip Dewinter en activist Dyab Abou Jahjah te vermoorden. In 2014 werd Boutens veroordeeld tot vijf jaar cel en voor vijf jaar uit zijn burgerrechten ontzet.»

 

HUMO Wat is de relatie tussen Tomas Boutens en Jürgen Conings?

Ponsaers «Ze hebben bijna twintig jaar geleden samen in Afghanistan gediend, en ze waren broeders in de strijd tegen het islamterrorisme. Tomas Boutens werpt zich op als de beschermer van Jürgen Conings. Hij is een manipulator die een enorme invloed kan uitoefenen op iemand als Conings. Hij zal niet zelf schieten, dat laat hij aan anderen over. Hij is de stoker, degene die anderen bommen tot ontploffing laat brengen.»

 

HUMO Dat doet denken aan de manier waarop moslimjongeren radicaliseren.

Ponsaers «Het is hetzelfde mechanisme. Het is een grote misvatting dat radicalisering zich in de hoofden van mensen afspeelt. Netwerken en groepen krijgen vat op individuen en praten op hen in om voor hen te vechten. Dat wordt dan overgoten met een religieus of ideologisch sausje.»

 

NIEUWE AANSLAG

 

HUMO Inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben zich de voorbije jaren vooral op het jihadisme geconcentreerd. Hebben ze extreemrechts onderschat?

Ponsaers «Dat denk ik wel. Het moslimextremisme vormde een reëel gevaar, dat hebben de aanslagen van 2016 aangetoond. Maar intussen kon extreemrechts bijna ongemerkt groeien. Pas met de affaire-Boutens hebben ze zich gerealiseerd hoe ernstig het probleem was geworden en hoe moeilijk het zou zijn om er komaf mee te maken.»

 

HUMO Waarom heeft het zo lang geduurd?

Ponsaers «Dat heeft opnieuw met Westland New Post te maken. In de jaren 80 waren de communisten de vijand nummer één, en extreemrechts had prima informatie over hen. De leden van WNP stelden fiches samen van mensen die als subversief werden beschouwd. En de inlichtingendiensten waren vergeven van extreemrechtse elementen. Na de val van de Berlijnse Muur waren de communisten niet meer de grote vijand, en tegen het einde van de jaren 90 begon extreemrechts sterk op te komen. En plots ontstond er een bijzondere situatie: de beste informanten zaten in extreemrechtse hoek en werden zelf het voorwerp van onderzoek.

Na Westland New Post, Tomas Boutens en Jürgen Conings zouden we toch moeten beseffen dat we veel krachtdadiger moeten optreden tegen extremistische militairen. Dat gedachtegoed moet in de kiem gesmoord worden, en geradicaliseerden moet je hard aanpakken.»

 

HUMO Niet alleen het Belgische leger heeft problemen met extreemrechts. Recent zijn er in Duitsland en Frankrijk drastische maatregelen genomen tegen militairen. Hebben ze het daar beter aangepakt?

Ponsaers «In Frankrijk hebben hoge militairen een open brief geschreven waarin ze waarschuwden voor een burgeroorlog als de politieke islam niet wordt tegengehouden. Het Franse leger heeft in een reactie bijna meteen een heel aantal militairen ontslagen.

»In Duitsland is het probleem nog groter. De voorbije jaren is extreemrechts daar geïnfiltreerd in het leger, de politie en de inlichtingendiensten. De neonazistische groepering Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) heeft tussen 1999 en 2009 tien moorden en een reeks bomaanslagen en overvallen gepleegd. De politie zette de moorden op Turkse Duitsers telkens weg als afrekeningen binnen de maffia. Toen de ware toedracht duidelijk werd, zijn er zowel bij de inlichtingendiensten als bij de politie een heel aantal mensen ontslagen, ook aan de top. Met die ingrijpende maatregelen wilde Duitsland duidelijk maken dat het extreemrechtse sympathiëen niet duldde. Recenter kwam aan het licht dat extreemrechtse elementen waren geïnfiltreerd in het Kommando Spezialkräfte (KSK), de elite-eenheid van het Duitse leger. Ook daar zijn ontslagen gevallen en die eenheid zal volledig hervormd worden.»

 

 

HUMO Heeft de Belgische overheid nu afdoende opgetreden tegen extreemrechtse elementen in het leger?

Ponsaers «Ik heb daar vragen bij. Tomas Boutens is destijds veroordeeld, maar is nu opnieuw mensen aan het ronselen. Hij staat op de OCAD-lijst van gescreende extremisten, maar wat wil dat zeggen? Zijn zijn contacten met actieve militairen in kaart gebracht? Heeft het gerecht met de ontmanteling van Bloed, Bodem, Eer en Trouw alle leden van het netwerk kunnen opsporen? Een aantal van hen hebben na het proces hun wapens teruggekregen. Het staat in ieder geval vast dat Boutens sinds 2019 weer bijzonder actief is.»

 

HUMO Waar houdt hij zich mee bezig?

Ponsaers «Hij heeft in 2019 mee de mars tegen het migratiepact van Marrakech georganiseerd, en hij was vorig jaar ook aanwezig op de betoging van extreemrechts in Puurs, nadat daar een jongen van 15 was aangevallen door allochtone jongeren. Hij heeft net een boek uit, geeft lezingen en verkoopt extreemrechtse merchandising op het internet. Op sociale media werpt hij zich op als slachtoffer van linkse media. Niet zo lang geleden organiseerde hij een benefietavond ten voordele van zichzelf. En nu ziet hij zijn schare fans met het uur groeien».

Je hebt ook nog Emmanuel M., die eind vorig jaar is gearresteerd wegens zijn betrokkenheid bij de brandstichting in het asielcentrum in Bilzen. Hij is lid van het extreemrechtse Vlaams Legioen en werd kort na zijn arrestatie vrijgelaten onder voorwaarden. Welke voorwaarden zijn dat dan? Ik lees in de krant dat hij in Hongarije zou zitten. Het geheim van het onderzoek moet gerespecteerd worden, maar het parket zou ook beter mogen communiceren. Nu geeft het het signaal dat die brandstichting niet zo erg was. Nee, je moet duidelijk maken: tot hier en niet verder. Dat is nodig, want het rechtsextremisme is een reëel gevaar. We hebben in eigen land Hans Van Themsche gehad, in Noorwegen vermoordde Anders Breivik 77 mensen, en in het Nieuw-Zeelandse Christchurch heeft een extreemrechtse terrorist aanslagen gepleegd op twee moskeeën en 51 mensen gedood. We moeten ernstig rekening houden met een nieuwe extreemrechtse aanslag in ons land.»

 

HUMO Vorige week werd de extreemrechtse groep Voorpost veroordeeld voor aanzetten tot haat en geweld. Het gerecht treedt toch op?

Ponsaers «Ja, maar we screenen potentieel gewelddadige figuren niet efficiënt genoeg, individuen die de ingesteldheid en de mogelijkheid hebben om tot geweld over te gaan, of die anderen daartoe kunnen overtuigen. Dat doen we onvoldoende: nu blijkt dat Jürgen Conings contact had met Tomas Boutens. Organisaties als Unia, het interfederale Gelijkekansencentrum, doen wel veel om te voorkomen dat groepen als Voorpost de geesten vergiftigen.»

 

HUMO De leden van Voorpost werden veroordeeld omdat ze affiches droegen waarop ‘Stop islamisering’ stond. Extreemrechtse lieden, maar ook anderen, vonden dat het vonnis een inbreuk was op het recht op vrije meningsuiting. Wat vindt u?

Ponsaers «Het gaat duidelijk om haatspraak. De rechter oordeelde dat de tekst op de spandoeken geen kritische mening was, maar aanzette tot haat en discriminatie van moslims. De spandoeken creëerden een angstbeeld op basis van uiterlijke kenmerken van een religie. Dat vonnis lijkt me volkomen in lijn te zijn met de antidiscriminatiewet. Ik had wel verwacht dat extreemrechts zich zou verzetten tegen de uitspraak: in die kringen gelooft men dat je alles kunt zeggen en schrijven in naam van de vrije meningsuiting. Men vergeet dat er wettelijke grenzen zijn».

Maar intussen is de polarisering zo sterk toegenomen dat extreemrechts alles uitbuit wat tegen hen wordt ondernomen. Facebookgroep verwijderd? We worden monddood gemaakt! De grootscheepse zoektocht naar Jürgen Conings? Alleen maar omdat hij extreemrechts is! Voorpost veroordeeld? We mogen niets meer zeggen! En meestal volgt daarop: terwijl de migranten alles mogen. Die boodschappen spreken steeds meer mensen aan.»

 

BLOEMEN VOOR SS

 

HUMO Voorpost is al bijna een halve eeuw actief, maar intussen hebben nieuwe groepen, zoals Schild & Vrienden, zich op de voorgrond gewerkt.

Ponsaers «Extreemrechts is lange tijd gedomineerd door traditionele Vlaamse organisaties zoals Voorpost of de Nationalistische Studentenvereniging (NSV). Maar vandaag zie je een heel aantal kleine splintergroepen, zoals Schild & Vrienden rond Dries Van Langenhove, of de aanhangers van Carrera Neefs, de ex-Vlaams Belangster die vorig jaar bloemen op het graf van een SS’er heeft gelegd. De tijd dat georganiseerde groepen de extreemrechtse scene domineerden, is voorbij. Je hebt nu groeperingen als de Autonome Nationalisten, of Right Wing Resistance Vlaanderen, waarvan een lid twee jaar geleden de Hitlergroet bracht in het Fort van Breendonk, het Vlaams Legioen met Emmanuel M., en de Vlaamse Klauwaards.»

 

HUMO Is er meer bekend over die groeperingen?

Ponsaers «Het zijn schimmige bewegingen die op sociale media vaak enkele honderden volgers hebben. Sommigen zijn lid van meerdere groepen, anderen werken alleen samen tijdens acties of betogingen. Dat maakt het voor de overheid veel moeilijker om ze op te volgen. Maar het is geen groot complot, er is geen vooropgezet plan». Die schimmigheid zie je ook in hun contacten met Vlaams Belang. Ze zijn er zeker, maar je kunt ze niet aantonen. VB zegt afstand te houden, maar organiseerde in september vorig jaar wel de betoging tegen de nieuwe Vivaldi-regering, waar ook leden van die splintergroepen aanwezig waren. Emmanuel M. reed er trouwens rond met zijn pick-uptruck met nazisymbolen.»

 

HUMO Wat is er zo nieuw aan die groepen?

Ponsaers «Ze zijn erg handig in het verdraaien van gebeurtenissen in een bepaald discours, en ze kunnen in een mum van tijd mensen mobiliseren. Dat hoeven niet eens leden te zijn, het kunnen ook geïnteresseerden zijn, zoals we nu zien in de zaak-Jürgen Conings. Extreemrechts zet steunacties op en veel gewone mannen en vrouwen sluiten zich daarbij aan omdat ze vinden dat Conings onrecht wordt aangedaan. In de steunbetoging waarin Carrera Neefs rondliep met het bord ‘Jürgens Life Matters’, liepen niet alleen extreemrechtse figuren mee. En tijdens die acties komen mensen met elkaar in contact die elkaar anders misschien nooit zouden ontmoeten.»

 

HUMO In uw boek ‘Haatzaaiers’ schrijft u over een strategie die al jaren wordt gevolgd.

Ponsaers «Ja, het is duidelijk die van La Nouvelle Droite, de nieuwrechtse stroming die in de jaren 60 in Parijs is ontstaan en later in heel Europa aanhangers kreeg. Die beweging wilde bewust buiten de politiek blijven en het extreemrechtse gedachtegoed op een andere manier in de samenleving aan invloed doen winnen. Adepten willen de weerstand tegen extreemrechts wegnemen door er het nieuwe normaal van te maken.»

 

HUMO Wie zit er achter La Nouvelle Droite?

Ponsaers «Mensen als de filosoof Alain de Benoist en de historicus Dominique Venner. Zij komen uit de extreemrechtse studentenbeweging in Parijs, de tegenpool van de mei 68’ers. Eigenlijk waren het gewoon knokploegen, maar op een bepaald moment zijn ze gestopt met hun acties en hebben ze zich proberen te ontdoen van dat imago van straatvechters, onder andere met een glossy tijdschrift. De Benoist en Venner wilden niet meer politiek actief zijn, maar boven de politiek staan. Voortaan moest ook niet meer worden gedacht in termen van wat behoorlijk of onbehoorlijk was. Neen, alles moet aan bod komen en je moet alles kunnen uitspreken. Hoor je de gelijkenis met het huidige discours van identitair rechts in België? Dat is wat Dries Van Langenhove en consorten verkondigen.»

 

HUMO Hoe willen ze het extreemrechtse gedachtegoed aanvaardbaar maken voor de samenleving?

Ponsaers «Door denktanks op te richten, te infiltreren in de media en volop aanwezig te zijn op sociale media. Het zijn eigenlijk ordinaire infiltratietechnieken, waarbij vooral niet-gewelddadige influencers van extreemrechts worden ingezet. En telkens schermen ze met termen als de schending van het recht op de vrije meningsuiting of het recht op vereniging.»

 

HUMO In uw boek schrijft u dat vooral Dries Van Langenhove zich opwerpt als een trouwe aanhanger van La Nouvelle Droite.

Ponsaers «Hij nam in 2016, samen met andere leden van de studentenbeweging KVHV, deel aan de zomeruniversiteit van Génération Identitaire (GI), een Franse jongerenbeweging die is ontstaan in de schoot van La Nouvelle Droite. Die beweging is onlangs verboden in Frankrijk. Maar Van Langenhove heeft er wel geleerd hoe hij jongeren kan mobiliseren en hen weerbaarheidstechnieken kan bijbrengen. Ze moeten leren ‘hun plaats in de samenleving op te eisen’. Daarnaast waren er lessen in geschiedenis, ideologie, zelfverdediging en vechtsporten. Die contacten heeft Van Langenhove goed onderhouden. Hij heeft enkele maanden geleden trouwens een boete moeten betalen omdat hij naar Frankrijk was gereisd om er deel te nemen aan een betoging van GI.»

 

RANZIGE PRAAT

 

HUMO Is het nieuw rechts gelukt om te infiltreren?

Ponsaers «Tot op een bepaalde hoogte. Ze debatteren vooral in besloten kring met gelijkgestemden. De grote vijand zijn natuurlijk de mainstreammedia. Daarom maken ze liever gebruik van hun eigen mediakanalen, zoals ReactNieuws, ’t Scheldt of Sceptr, dat nu Pal NWS heet. Ze voeren Alain de Benoist vaak op. Die interviews zien er heel degelijk uit, maar eigenlijk wordt er telkens naar dezelfde mensen verwezen en worden alleen hun eigen waarheden verdedigd. Dries Van Langenhove doet dat ook elke dag met zijn mediakanaal. Onlangs had hij een interview met Jean-Marie Dedecker, dat werd aangekondigd als het gesprek waarin hij eindelijk zou mogen uitleggen waar hij voor staat. Want, zo luidde het, in de mainstreammedia komt hij nooit aan bod. Dat Dedecker elke week een opiniestuk schrijft voor de website van Knack, wordt er niet bij verteld. De mensen geloven dat en kijken dan naar een lang, voorgekauwd en onkritisch interview met hem. Zo krijgen ze gewone mensen mee, die dan voor Vlaams Belang stemmen. We mogen dat niet onderschatten.»

 

HUMO Wat wordt er nog gezegd in die media?

Ponsaers «Het gaat vaak om rauw racisme en fake news. Ik schrik daar soms van. Het riedeltje dat in Europa een omvolking plaatsvindt, kennen we intussen, en dat onze cultuur teloorgaat. Maar de onfatsoenlijke, ranzige praat is erg stuitend. Merkwaardig is dat ze een nostalgie koesteren naar iets wat nooit heeft bestaan. Voor La Nouvelle Droite zijn de traditionele waarden van onze samenleving in Europa heidens, en nieuw rechts in Vlaanderen buigt dat om naar het rooms-katholicisme, waar de KVHV de oorsprong van onze waarden situeert.»

 

HUMO Leidt dat niet tot discussies binnen de rechtse beweging?

Ponsaers «Die tegenstellingen zien ze gemakshalve over het hoofd. Er zijn nog wel andere contradicties, hoor. Zo hoor je mensen met Keltische runentattoos over exorcisme spreken.»

 

HUMO Zijn die groeperingen nog meer geradicaliseerd door de lockdowns?

Ponsaers «Niet in het begin, maar wel sinds de Vivaldi-regering aan de macht is. Voordien waren er kleine acties, zoals die in Puurs. Maar sinds de nieuwe regering is het hek van de dam. De slogan ‘Niet mijn regering’ van Vlaams Belang werd een groot succes. De virologen en de overheid zien ze als twee handen op één buik en ze worden voorgesteld als onderdrukkers die dicteren wat mensen moeten denken, doen en zeggen. Plots was er een zichtbare vijand tegen wie ze zich konden verzetten.»

 

HUMO Wat moet er volgens u gedaan worden om die radicalisering in coronatijden te stoppen?

Ponsaers «We mogen ons zeker niet op het strijdtoneel van extreemrechts begeven en op hun provocaties ingaan. We moeten niet proberen fake news en complottheorieën te ontkrachten. Dat debat verlies je altijd: alles wat je zegt, recupereren ze voor hun eigen discours.»

 

HUMO Moeten we dan met hen praten, om te weten wat gevoelig ligt?

Ponsaers «Dat weten we intussen wel, hoor. De mensen hebben het voorbije jaar afgezien door het coronabeleid, er is veel sociaal leed veroorzaakt. En ons armoedebeleid, dat een sterk wapen zou kunnen zijn om extreemrechts in te dammen, is lamentabel.»

 

HUMO Wat kunnen we dan wel doen?

Ponsaers «Je kunt aantonen dat het vaccinatiebeleid werkt, en daar zwaar de nadruk op leggen. Benadruk dat ziekenhuizen niet meer overspoeld worden, dat de vrijheid lonkt. Daarnet nog zei een vrouw, die eerst een hevige antivaxer was, me dat ze toch graag een vaccin zou krijgen. Was het vaccinnijd? De drang om te reizen? Ik weet het niet, maar je merkt wel dat hoe meer mensen gevaccineerd worden, hoe meer mensen het belang ervan inzien.»

 

HUMO Maar na corona komt de islam allicht weer op hun agenda te staan.

Ponsaers «Natuurlijk, je moet niet denken dat je extreemrechts zomaar stopt. Wat je nu vooral moet voorkomen, is dat nietsvermoedende burgers in dat kamp belanden. Je moet een tegenverhaal uitwerken en duidelijk maken dat niet Vlaams Belang het goed voorheeft met de gewone man of vrouw, maar wel de overheid. Dan heb je wel in de eerste plaats een degelijk armoedebeleid nodig.»

 

Paul Ponsaers, ‘Haatzaaiers – Extreemrechtse radicalisering’, Gompel & Svacina

 

Vandaag ging het webinar van de redactie van de Cahiers Politiestudies en de Uitgeverij Gompel & Svacina door over Europese Politiesamenwering. Het webinar wekte belangstelling bij 80 deelnemers, die zich allen erg geïnteresseerd betoonden. De webinar-formule werkt, dat is nu duidelijk gebleken.

TOM COCHEZ | 10 mei 2021

‘De politie plooit zich niet naar het beleid, ze maakt het beleid’

 

De remedie tegen politiegeweld is al decennia bekend, maar al even lang gebeurt met die kennis weinig of niets. De bolster van een machtig staatsapparaat kraken, blijkt geen evidentie. Professor criminologie Paul Ponsaers maakt een analyse die naar de kern van het probleem gaat. ‘De politie plooit zich niet naar het beleid, ze maakt het beleid.’

Excessief politiegeweld komt ook in België steeds vaker onder de aandacht. Met de regelmaat van de klok zijn er meldingen van incidenten waarbij burgers slachtoffer zijn van machtsmisbruik door de politie. Het probleem op zich is niet nieuw, maar beelden, vaak gemaakt met smartphones van omstaanders, brengen het vandaag wel brutaal de huiskamer binnen.

Keer op keer choqueren de beelden. De wetenschap dat agenten volgens het eerste artikel van de wet op het politieambt geacht worden de rechten en vrijheden van burgers niet alleen te waarborgen maar ook actief te ondersteunen, maakt de filmpjes alleen maar schokkender.

Een dag na de feiten lezen we telkens opnieuw dezelfde analyses: het verhaal van de rotte appels die de boel verzieken, de aanwezigheid van extreemrechtse sujetten, het welig tierend racisme, de heersende zwijgcultuur … Die analyses gaan dan hand in hand met de mededeling dat het overgrote deel van de agenten hun job wél goed doen.

Niemand die dat in twijfel trekt, maar hoe komt het dan dat een minderheid steeds nadrukkelijker het beeld van de meerderheid bepaalt? Waarom geraken we het stadium van de analyse niet voorbij? Of samengevat: waarom doen we weinig of niets aan politiegeweld?

Kannibaal

Emeritus professor criminologie Paul Ponsaers kent de politiediensten van binnen en van buiten. Hij plaatst het probleem van de rekrutering en de opleiding in het bredere plaatje van een in zichzelf gekeerd staatsapparaat, dat zich terdege bewust is van haar macht.

Paul Ponsaers: ‘De politie is chronisch op zoek naar nieuwe personeel. Dat heeft een effect op de selectie: de druk om mensen toe te laten is groot’

“Alles begint bij de rekrutering. De politie is chronisch op zoek naar nieuwe personeel. Dat heeft een effect op de selectie: de druk om mensen toe te laten is groot. De criteria worden soepel gehanteerd en er is nauwelijks sprake van screening van de achtergrond van kandidaten.”

Daar komt bij dat het examen na de opleiding weinig voorstelt. “Het is een aanfluiting van wat het zou moeten zijn. Aspiranten worden al tijdens hun opleiding betaald door het korps. Gooit men dan dat geld over de balk door iemand te buizen? Op een moment dat er te weinig manschappen zouden zijn?”

Kandidaten weren bij de selectie en na de opleiding staat haaks op het narratief van de chronische onderbezetting. “De lokale korpschefs schreeuwen de onderbezetting van de daken. Nochtans, als we het aantal politieagenten per 100.000 inwoners vergelijken met andere landen, dan zit België zowat in de middenmoot.”

“Het beeld bestaat dat we meer personeel nodig hebben terwijl de voorbije jaren net veel klassieke politietaken werden afgestoten. Denk aan de privébewakingsdiensten of de gemeenschapswachten. Het klinkt hard, maar de waarheid is dat de politie een soort kannibaal is geworden die steeds meer middelen opeet. De federale politie is de voorbije periode onderbedeeld geweest, maar voor de lokale politie gaat die redenering duidelijk wel op.”

Politie te paard

In veel andere landen werden de politieopleidingen de voorbije tien jaar drastisch hervormd. Vooral mensen toelaten met klassieke diploma’s was een belangrijke stap. De politieschool is er niet langer de enige leverancier van agenten. “Denk bijvoorbeeld aan een boekhouder die voor de fiscale cel van de politie gaat werken. Dat is kennis die onze diensten zeer goed kunnen gebruiken. Een diploma, of het nu een bachelor- of een masterdiploma is, garandeert bovendien een bepaald niveau.”

‘In veel andere landen is er meer interactie tussen politie en civiele samenleving en dat zorgt voor frisse ideeën en nieuwe inzichten’

Ook het omgekeerde is in die landen mogelijk: een politieman die zijn carrière bij de politie stopt om elders aan de slag te gaan. In België lijkt er maar één weg. “Door de beperkte ingang via de politieopleiding ontstaat een soort fuik. Eens binnen geraak je er nog moeilijk uit. Dat maakt het ook moeilijk om mensen die zich misdragen gewoon op straat te zetten. De gevolgen zijn immers groot. In andere landen is er veel meer interactie met de civiele samenleving. Dat zorgt voor frisse ideeën en nieuwe inzichten.”

De zogenaamde voortgezette opleiding of bijscholing is in hetzelfde bedje ziek. “Een voorbeeld: een korps koopt twee drugshonden aan. Daarvoor zijn hondenbegeleiders nodig, maar die ontbreken. Wat gebeurt er dan? Bij de politieschool worden twee opleidingen hondenbegeleider besteld. Die moeten snel geleverd worden want de vraag is acuut. Die opleidingen worden gegeven door politiemensen en magistraten. Dat zijn mensen die hun job kennen, maar ze praten niet meteen over pakweg nieuwe vormen van jeugdcultuur. Mensen worden zeer eenzijdig opgeleid. Men bevestigt elkaar doorlopend. Er is te weinig diversiteit in alle betekenissen van het woord.”

Dat leidt tot situaties waarbij politie te paard tussenkomt in het Ter Kamerenbos. “Wie komt er nu nog op het idee om paarden in te zetten bij massatoezicht? Inderdaad, je hebt overzicht op de situatie. Maar het blijft de cavalerie van de Rijkswacht uit de vorige eeuw. Moet dat vandaag echt nog? Zijn er geen alternatieven? Dat soort beschouwingen blijft afwezig. De interne ideeën zijn vastgeroest.”

 

Gesloten rangen

 

Er met de grove borstel doorgaan, is volgens Paul Ponsaers geen evidentie. “De politie weegt zwaar op de politieke besluitvorming in België. Dat er verbindingsofficieren op de kabinetten zitten, is daar een uiting van. De zaken worden door een heel praktische bril bekeken. Alles wordt in normen en kaders gegoten. Het zijn de technici die sturen. Men vergeet daarbij de cruciale vraag te stellen: welke politie willen we eigenlijk?”

‘Tegen de belangen van de politie ingaan is moeilijk, want als het de volgende dag ergens uit de hand loopt, heb je ze nodig’

Wettelijk staat de politie onder het bevel van de overheid, maar die geeft het heft uit handen. “Soms vraag ik me gemeend af wie precies wie stuurt. Veel burgemeesters die een brief krijgen waar het woord ‘veiligheid’ in staat, lezen die niet eens en sturen hem meteen door naar hun korpschef. Een concreet voorbeeld? Hoe organiseren we betogingen, met wie praten we? Intussen hebben we gelukkig begrepen dat zoiets onderhandelingen vergt. Maar wie voert die onderhandelingen? Er zijn uitzonderingen, maar doorgaans is dat de politie, niet de burgemeester, terwijl die toch bevoegd is.”

Zo kleurt de politie en niet de politieke wereld het veiligheidsbeleid. In de praktische afhandeling toont zich dan de harde bolster, de gesloten politiewereld waar weinig frisse ideeën binnenwaaien en de rangen gesloten blijven.

“Ook de werking van het Comité P draagt daartoe bij. Comité P doet onderzoek als er klachten over de politie zijn. Veel klachten zijn niet eens ontvankelijk omdat bij de afweging in belangrijke mate rekening wordt gehouden met de vraag of er bewijs is. Als je geen medisch attest hebt, is een klacht vaak al onontvankelijk. Komt er toch een onderzoek, dan wordt dat verwezen naar interne diensten. Daar zitten de ogen en oren van de korpschef. Het eigen personeel onderzoeken is niet evident.”

“Bovendien is het de korpschef die eventueel moet doorverwijzen. Pas dan kijkt het Comité P of verdere stappen nodig zijn. In uiterst zeldzame gevallen doet het Comité P ambtshalve onderzoek, uit eigen beweging dus, maar een sterk ontradende werking heeft die dienst allesbehalve.”

Macht

De politieke wereld staat vrij machteloos tegen die situatie. “Vergeet niet dat een minister van Binnenlandse Zaken, los van de politieke kleur, overgeleverd is aan de politie om zijn of haar beleid uit te voeren. Tegen de belangen van de politie ingaan is moeilijk, want als het de volgende dag ergens uit de hand loopt, heb je ze nodig. Dat hypothekeert hervormingen die de politie niet graag ziet. De diensten zijn zich zeer goed bewust van hun macht. Hun macht is ook reëel.”

‘Welke politie willen we als maatschappij? Die vraag zou opnieuw centraal moeten staan’

Een deel van de oplossing zou erin kunnen bestaan om een burger te benoemen als commissaris-generaal van de politie. “Nu is er een hiërarchie die de facto militair werkt, maar geen enkele wet voorziet dat die cruciale positie door een agent moet worden ingevuld. Een wijziging aan de top kan een domino-effect hebben en helpen om de gesloten organisatie open te breken.”

Een ander mogelijk pad loopt via het parlement. “Canada toont hoe het kan. Door bemoeienissen van parlementairen die rapporten lazen, de technische kennis hebben en zich echt verdiepten in de problematiek, kwam er veel in beweging. Dat leidde tot parlementaire onderzoekscommissies die belangrijke pijnpunten blootlegden.”

“Sinds de politiehervorming twintig jaar terug is er in België – op de commissie aanslagen na – geen enkele parlementaire commissie meer geweest rond dat thema. In de periode voor de politiehervorming hadden we de ene na de andere. Dat zegt iets.”

“Binnen de politie zijn er mensen die de problemen zien en die zaken ook echt willen veranderen. Intern is er discussie, maar in zekere zin is dat symptomatisch voor het echte probleem: we hebben geen intern debat nodig maar een maatschappelijk debat. Welke politie willen we als maatschappij? Die vraag zou opnieuw centraal moeten staan.”