Blog Paul Ponsaers

BBT-interventie : Hoe zou het dan beter kunnen?

Het Antwerpse Bijzonder Bijstandsteam, kortweg BBT, stelt zich op de website van het Antwerps korps als volgt voor: Het “is een sterk getrainde politie-eenheid die ingezet wordt bij uitzonderlijk gevaarlijke situaties. De teamleden zijn gespecialiseerd in enkele specifieke politietaken, waaronder het arresteren van gevaarlijke criminelen. Door hun doorgedreven training beschikken zij over het nodige professionalisme om het geweldsniveau tijdens hun opdrachten tot een absoluut minimum te beperken. De leden van het BBT staan zeven dagen op zeven dag én nacht paraat. Bij noodsituaties zijn ze binnen het halfuur klaar om uit te rukken”. Eén en ander wordt omkaderd met een promo-clip waarin de leden van het team in allerhande acties en trainingen worden getoond. De clip stelt “avontuur”, “actie”, “teamgeest”, “snelheid”, “beheersing” en “sportiviteit” centraal. De nadruk wordt gelegd op permanente beschikbaarheid (24u/24h, 7d/7d) en snelle reactietijd (30’).

Het feit dat er nood is aan dergelijke teams staat buiten kijf. In situaties die uitzonderlijk gevaarlijk zijn moeten professionals tussenkomen. Denk maar aan een gijzelingssituatie of een vuurwapen gevaarlijk persoon die dient aangehouden te worden. Op zich niks mis mee. En toch ging het mis. Hoe kan het dan beter?

(1) Complexe interventies vergen een hoge mate van deskundigheid, dat is hetgeen dergelijke teams bijzonder maakt. Het lijkt voor de hand te liggen dat bij deze de federale politie het voortouw moet nemen, gewoon omdat hier moet voorzien worden in het beste dat mogelijk is, in de minst slechte oplossing. Dat is het logische gevolg van een politiestructuur op twee niveaus, zoals die in 1998 bij de hervorming werd uitgetekend, waarbij de federale politie de meer complexe steunopdrachten voor haar rekening dient te nemen. Om de reactietijd te verkorten zouden gedeconcentreerde eenheden van de federale politie op diverse plaatsen (de grootsteden bijvoorbeeld) kunnen worden ondergebracht.

(2) De eerste vraag die dient gesteld is of het al dan niet gaat om een “uitzonderlijk gevaarlijke situatie”. Hiervoor bestaan geen vaste criteria. De beoordeling van een situatie noodzaakt tot voorafgaand overleg. Soms moet dat snel gaan, soms is daar meer tijd voor. Maar voorafgaand overleg is een absolute must om een goede inschatting te maken. Dat overleg vindt plaats tussen de steunvragende dienst en de steunverlenende dienst, op basis van de beschikbare informatie (bijvoorbeeld videobeelden). Het is noodzakelijk om op dat moment meteen helder te maken wie de leiding heeft van de interventie. De gulden regel bij dergelijke interventies blijft immers “eenheid van commando”, anders werkt het niet. Bij deze afweging staat de vraag centraal in welke mate de situatie gevaarlijk is voor het interventieteam zelf, voor derden en voor de betrokkene zelf.

(3) In elk van dergelijke situaties dient daarenboven afgewogen te worden of het mogelijk is met betrokkene zélf te onderhandelen of te bemiddelen. Het is van belang zich hierbij af te vragen of snelheid van interventie in de gegeven omstandigheid noodzakelijk is. Hiertoe kunnen onderhandelaars worden ingezet, maar ook familieleden, psychologen, psychiaters e.d.m. Het inpraten op betrokkene kan heilzaam zijn, maar biedt geen zekerheid. Ook dit vergt een deskundige beoordeling, die binnen een dergelijk team beschikbaar moet zijn. Kortom: een BBT mag niet enkel samengesteld zijn uit interventiemensen, maar moet on the spot ondersteund (kunnen) worden door operationele gedragswetenschappers.

(4) De interne werking van een dergelijk team kan overruled worden door een bevel van een politieoverheid. Een onderzoeksrechter kan een bevel tot arrestatie geven bijvoorbeeld. Meestal staat zo’n bevel helder op papier. Dat is de reden om een schriftelijk aanhoudingsmandaat af te leveren in zo’n geval. Het verdient aanbeveling om interventies van BBT’s op vraag van gerechtelijke of bestuurlijke overheden steeds te laten gepaard gaan met een geschreven opdracht, ook daar waar dit niet wettelijk expliciet is voorzien. Dat vermijdt alvast discussie achteraf. Zelfs ingeval van een bevel moet het BBT de gelegenheid krijgen, als de tijd daarvoor beschikbaar is, grondig te overleggen omtrent de opportuniteit, de proportionaliteit en de snelheid van de interventie.

(5) Het is van het grootste belang, in het licht van de zaak Jonathan Jacob, dat er helder wordt uitgeklaard wat de rol is van de medische wereld en op welke wijze de politie er al dan niet een beroep op kan doen. Dat geldt voor een arts die wordt opgeroepen om een persoon een kalmeermiddel in te spuiten, maar dat geldt evenzeer voor een psychiatrische instelling die een persoon weigert op te nemen. Het is duidelijk dat de medische professie zich niet kan en mag laten instrumentaliseren als een puur verlengstuk van het gerechtelijk apparaat. Ook hier komt onvermijdelijk onderhandeling en overleg bij kijken.

Zoals de website van de Antwerpse BBT het team aandient is niets te merken van deze voorzichtigheidsmaatregelen, waarbij vooral de avontuurlijke actie centraal wordt gesteld. De roepnamen van sommige leden, “Hollywood” en “Vegas”, getuigen van een totaal andere cultuur dan deze die broodnodig is.