Blog Paul Ponsaers

Etnisch profileren, hoe ver kun je gaan?

Opinie DM 15-12-2015

Nu acteur Zouzou Ben Chikha aan een omstreden politiecontrole werd onderworpen (DM 14/12), staat de kwestie van etnisch profileren opnieuw in de belangstelling.

In oktober 2013 al bracht Amnesty International (AI) een rapport uit, waarin proactief politiewerk als risico voor mensenrechten werd aangekaart. Amnesty wees er in het bijzonder op dat dit proactief politiewerk kan leiden tot etnisch profileren, met name het gebruik maken van criteria of overwegingen over etniciteit of afkomst bij opsporing en rechtshandhaving, terwijl daarvoor in feite geen objectieve rechtvaardiging bestaat. Zo zouden etnische minderheden vaker met politiecontroles worden geconfronteerd, terwijl zij geen verdachte zijn of er geen op de betreffende persoon gerichte aanwijzing voor controle bestaat. AI beschouwde dit als een vorm van discriminatie, die schade berokkent aan de legitimiteit van de politie. AI baseerde deze uitspraken op inventarisatie en analyse van bestaande onderzoeken naar de uitvoering van de politietaak, veiligheidsbeleid en discriminatie.

Ook andere mensenrechtenorganisaties hebben zich de laatste jaren zorgelijk uitgesproken over etnisch profileren: denk aan het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties en de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI). Internationaal onderzoek laat zien dat het probleem ook in België speelt. Zo werd in een grootschalige internationale survey (de European Union Minorities and Discrimination Survey, kortweg

MIDIS) gepeild naar ervaringen van minderheidsgroeperingen met politieoptreden, in vergelijking met de meerderheidsbevolking. Hieruit bleek dat leden van  minderheidsgroepen vaker staande worden gehouden dan andere groepen voor politiecontroles in o.a. België, Duitsland en Griekenland.

In België werden 24% van de Noord-Afrikaanse en 18% van de Turkse respondenten staande gehouden in het afgelopen jaar, tegenover 12% van de meerderheidsbevolking. Bovendien bleek dat 6 % (85 dossiers) van het aantal dossiers, dat geopend werd door het Inter-federaal Gelijke Kansen Centrum, ging over discriminatie door vertegenwoordigers van politie, justitie of het gevangeniswezen.

Uit juridisch onderzoek van onderzoeksters van het Human Rights Center

(UGent) kwam naar voren dat, ondanks waarborgen in internationale en nationale rechtsnormen, in de praktijk in België – al dan niet bewust – sprake was van etnisch profileren. Daarnaast constateerden zij dat op de werkvloer van de politie weinig kennis had over de anti-discriminatie wetgeving. Informatie bleek schaars, ook omdat de drempel om een klacht in te dienen hoog bleek te liggen. Andere onderzoekers van UGent deden kwalitatief onderzoek onder allochtone jongeren in het uitgaansmilieu van een Vlaamse grootstad. Hoewel de jongeren constateerden dat allochtonen extra gecontroleerd en in de gaten worden gehouden door de politie, betoonden zij daar paradoxaal wel begrip voor (‘het is begrijpelijk dat de politie zo optreedt, want zij komen nu eenmaal eerder in aanmerking met criminaliteit’).

Punt is dat: (1) de problematiek verre van nieuw is en sinds enige jaren wordt aangekaart, zonder dat dit aanleiding gaf tot concrete beleidsmaatregelen; (2) dit nu gebeurt in een klimaat van verhoogde terreurdreiging, periode waarin de politiemensen als het ware reeds op hun tandvlees zitten en politici dergelijke incidenten vandaag afdoen als ‘collateral damage’; (3) we (hopelijk) morgen terug in een “normaal”

veiligheidsregime belanden, en we alleen maar mogen hopen dat deze vormen van onbehouwen politieoptreden intussen niet mogen ingesleten zijn. Het mag dan de prijs zijn die we vandaag betalen voor de verhoogde terreurdreiging, het mag nooit het eindresultaat zijn om dergelijk politiegedrag morgen als normaal te beschouwen.

Het is onze verdomde plicht telkens weer hardop te roepen dat dit niet kan, en vooral om de periode van verhoogde dreiging zo kort als mogelijk te houden.

 

QUOTE

Het mag de prijs zijn die we vandaag betalen voor de verhoogde terreurdreiging, dergelijk politiegedrag mag morgen nooit als normaal worden beschouwd