Blog Paul Ponsaers

Brixton Disorders Revisited? - September 2011

Tussen 10 en 12 april 1981 deden zich in Lambeth (Zuid-Londen) de zogenaamde Brixton Disorders voor, met als triest hoogtepunt Bloody Saturday. Bij de rellen raakten 280 politiemensen en 45 burgers gewond, werden meer dan 100 voertuigen uitgebrand (waaronder een meerderheid aan politiewagens), 150 gebouwen werden vernield, waarvan er 30 uitbrandden. 82 personen werden gearresteerd. Lambeth was een gebied met ernstige sociale en economische problemen. De ganse UK onderging in deze jaren een diepgaande economische crisis, waarbij vooral de gekleurde gemeenschap werd getroffen door hoge werkloosheid en barslechte woonomstandigheden. De maanden die vooraf gingen aan het oproer werden gekenmerkt door toenemende spanningen tussen politie en inwoners. De politie werd door de gekleurde gemeenschap gedefinieerd als de grote tegenstander, hetgeen dan weer aanleiding gaf tot het sweepen van straten door indrukwekkende politiepeletons, essentieel op basis van frequente controles en fouilles in de straat en arrestaties.

 

Wanneer op 10 april 1981 Michael Bailey, die een messteek had opgelopen tijdens de rellen, door de politie werd gecontroleerd en omstaanders dachten dat hij slachtoffer was van politiegeweld, sloeg de vlam volkomen in de pan. Grote groepen keerden zich tegen de politie. In antwoord hierop verhoogde de politie haar sweeping acties. De spanningen explodeerden in de loop van de daarop volgende nacht. Er werd met stenen gegooid in de richting van politiewagens. De spanningen escaleerden en het onrustig gebied deinde verder uit. Politiemensen raakten gewond, waarvan een aantal ernstig. Winkels werden beroofd in diverse straten, politiewagens werden in brand gestoken, brandweerlui werden bekogeld met stenen en flessen. Een aantal zwarte en blanke burgers trachtten te bemiddelen tussen politie en onruststokers. De pogingen mislukten en café’s, winkels, handelszaken, scholen en andere gebouwen werden vernield. Honderden bewoners durfden de woning niet meer uit. Slechts na verloop van tijd slaagde de politiemacht erin het oproer terug onder controle te krijgen.

 

Na de Brixton Disorders beval de regering een onderzoek. Het onderzoek werd onder de leiding van Lord Scarman gevoerd, en gaf aanleiding tot het zgn. Scarman Report, dat gepubliceerd werd eind november 1981. Scarman concludeerde dat “complexe politieke, sociale en economische factoren” de oorzaak waren voor “het ontstaan van de neiging tot gewelddadig protest”. Het rapport gaf dan ook aanleiding tot een nieuwe wetgeving (Police and Criminal Evidence Act) in 1984, waaruit een onafhankelijk Police Complaints Authority voorvloeide. Voornaamste objectief was het herstel van het vertrouwen van het publiek in de politie. De aanbevelingen van Scarman om in eerste instantie de raciale achterstelling en de teloorgang van de binnenstad aan te pakken werden niet geïmplementeerd en in 1985 deden zich opnieuw rellen voor in dezelfde buurt. Wanneer in 1999 opnieuw een commissie werd ingesteld, naar aanleiding van het gebrekkige politieoptreden in een moordonderzoek, kwam deze in het Macpherson Report opnieuw tot de conclusie dat de aanbevelingen van Scarman uit 1981 volkomen waren genegeerd door de regering.

 

De Brixton Disorders en het Scarman Report waren de belangrijkste inspiratiebronnen bij de ontwikkeling van het Community (Oriented) Policing gedachtengoed. Gelijkaardige rellen en onafhankelijke onderzoeksrapporten uit Noord-Ierland en de US hebben de architecten van COP ertoe gebracht de oude, op-de-draad versleten law-and-order politiemodellen als volkomen falliet te verklaren en een veel gemeenschapsgerichter politiemodel te ontwikkelen. Zonder Scarman had er gewoon geen COP bestaan. De Executive Session on the Police, die van 1985 tot 1990 aan de Harvard University in de US werd gehouden, was de belangrijkste katalysator voor de formulering van COP. Het ging om een internationaal gezelschap van dertig vooraanstaande politiechefs en wetenschappers.

 

Samengevat kwam men tot volgende inzichten : (1) De politie kan de misdaad niet voorkomen en niet effectief werken zonder de hulp van de bevolking; (2) De klassieke wijzen van aanpak zijn te reactief, aangezien ze geen impact hebben op de omstandigheden die criminaliteit en zelfs wanorde veroorzaken; en (3) Het politiebeleid wordt veel te algemeen, en dus te weinig gericht, gevoerd (one size fits all) en er wordt geen of onvoldoende rekening gehouden met de specifieke sociale omstandigheden waar zich veiligheidsproblemen voordoen. Stilaan maakten de meeste west-Europese politiekorpsen zich door de jaren heen deze inzichten eigen. Het was met vallen en opstaan, maar er was onmiskenbaar verandering merkbaar.

 

Bij het schrijven van deze column, midden augustus 2011, zit het spel terug op de wagen in Londen: grote groepen relschoppers trekken opnieuw plunderend door de straten. Opnieuw groeit de kritiek op het hardhandig optreden van de politie, hetgeen er enkel toe leidt dat de politie nog in grotere getale en kordater optreedt, op aansturen van de regering. Opnieuw spelen de rellen zich af tegen een achtergrond van stedelijke armoede, economische recessie en hoge werkloosheid. Toch zijn er sinds de onlusten van ’81 en ’85 ingrijpende veranderingen doorgevoerd bij de politie. Het Scarman-report had met zich meegebracht dat nieuwe procedures werden ingevoerd om mensen op straat tegen te houden, te fouilleren en te arresteren. De opleiding van politiemensen werd indringend verbeterd en meer gekleurde agenten werden aangeworven.

 

Op maatschappelijk vlak werden ook wel wat inspanningen gedaan, vooral op het vlak van stedelijke vernieuwing. Maar de fundamentele problemen van de snel groeiende groep outcasts, inzake werkloosheid, onderwijs, woonomstandigheden, etc. bleven structureel onaangeroerd. Eens de huidige economische recessie zich hierop entte bleek de cocktail explosiever dan ooit. Het oproer in de Parijse Banlieus van oktober 2005 en de rellen in het Brussels Kureghem vorig jaar verbleekten erbij.

 

Het lijkt wel de Brixton Disorders revisted. Heeft de politie daarvoor zoveel ingrijpende veranderingen moeten ondergaan, zoveel aan mentale reconversie moeten doen, om uiteindelijk opnieuw als ordinair kanonnenvoer de ontevredenheid brutaal te moeten neerslaan op vraag van een falende regering? Deze wijze van aanpak catapulteert de politie terug naar een ver verleden. Opdat de macht een toevlucht zij ... was de titel van het doctoraal proefschrift van Cyrille Fijnaut verschillende decennia geleden, waarbij “de macht” sloeg op het politieapparaat en “een toevlucht” op de onderhorigheid van de politie aan de politieke klasse. Of: hoe het gevaar niet dreigt bij een sterke politie, maar wel bij een zwakke democratie. Hopelijk wordt een zeldzaam man (“a scarce man”, a Scarman) gevonden die de politieke elite in England met gezag wijst op haar verantwoordelijkheid en de politie de kans geeft verder gemeenschapsgericht te emanciperen.