Blog Paul Ponsaers

Afgemeten wetenschap - Mei 2011

Het begon allemaal met de centen, of beter het gebrek eraan. Zo gaat dat dikwijls. Voor een stuk ging het ook over de groeiende concurrentie tussen universiteiten en faculteiten binnen diezelfde universiteiten. Resultaat was dat de overheid in Vlaanderen begon aan te dringen op “objectiveerbare sleutels” om de financiering van het universitaire onderwijs op te baseren. Stilaan sijpelde de overtuiging binnen dat de beste basis hiervoor de zgn. “output”-financiering zou zijn. Hoe meer diploma’s, hoe beter; hoe meer doctorale proefschriften, nog beter; en vooral ... hoe meer publicaties, helemaal het best. Kortom : het tijdperk van het meten en tellen van de wetenschap deed zijn intrede, sterker dan ooit voorheen.

 

Vooral het “publicaties tellen” (met een duur woord bibliometrie) stelde wel nogal wat problemen. Want wat is immers een wetenschappelijke publicatie? Iedereen begroette de A1-publicatiecultuur die gegroeid was met de opkomst van de Web of Science, waarin de Engelstalige toonaangevende tijdschriften figureerden, aangejaagd door rankings, citatie-indexen en rejectie-graden. Maar wat met de Nederlandstalige en andere output?

 

Enkele jaren geleden werd een verdienstelijke poging ondernomen door een commissie, genaamd naar haar voorzitter Verbeke, om een ranking op te stellen van Nederlandstalige tijdschriften en uitgeverijen. De oefening beoogde -bij wijze van experiment- een dergelijke ranking te maken voor de rechtswetenschappen en de criminologie. Uiteindelijk sneuvelde het initiatief op het veto van de Vlaamse rechtsfaculteiten. Het aantal kwaliteitsvolle publicatiekanalen die de commissie weerhield waren immers dermate beperkt dat niemand wist hoe hiermee aan de slag te gaan in een concurrentieel wetenschappelijk landschap.

 

Recent heeft de Vlaamse Interuniversitaire Raad  (VLIR) een zgn. “Gezaghebbend Panel” ingesteld om voor alle wetenschappelijke disciplines de oefening over te doen. Na een indrukwekkende inspanning zijn de leden van dit panel tot een lijst van tijdschriften gekomen die aan de ondergrenscriteria beantwoorden. Essentieel hierbij is de beoordeling in een aantoonbaar peer-reviewproces door wetenschappers die expert zijn in de betrokken (deel)discipline(s). Deze lijst werd onlangs bekend gemaakt. Diegenen die hier eens willen mee kennis maken, surf naar http://www.ecoom.be. Ok, iedereen lijkt hiermee te kunnen leven, hoewel het nog niet duidelijk is hoe die verschillende tijdschriften “gewichten” zullen krijgen ten opzichte van elkaar.

 

Maar er is meer. Het noodlot wilde immers dat er eveneens een lijst van uitgevers moest worden samengesteld. Hier was men nog niet zo snel mee klaar. Om mijn verhaal niet te rekken en wat kort door de bocht : er werd een “voorlopige lijst” goedgekeurd, met name een lijst van Noorse herkomst “die werken met peer review” uitgaven. Het ligt in de intentie om deze lijst in de toekomst nader te verbreden. Die lijst werd dan maar zonder enige slag of stoot integraal aangenomen, en daar, wel daar wringt een hele reeks van schoentjes ... Op die lijst figureren immers nogal wat erg vreemde uitgeverijen.

 

Neem nu bijvoorbeeld de vermaarde wetenschappelijke uitgeverij Motilal Banarsidass. Uiteraard niet in hun afdelingen Jokebooks, Giftbooks, Love en dergelijke. Nee, enkel het streng academische fonds met isbn-herkenning komt in aanmerking. Eens kijken, in welk gezelschap je dan komt: Seventeen Examples of Predictive Insights door Bepin Behari : “Astrological Biographies shows that the life of every individual is guided by the same set of stellar impulses and everyone, however eminent he may be has to bear his own cross”. Ook een mooie : Astrology and the Hoax of Scientific Temper door Gayatri Devi Vasudev : “This book is an inspired collection of writings that expose the fraud of `Scientific temper’ in its attacks on Astrology…”

 

O ja, ook opletten dat het lekker makkelijk leesbaar is, en voldoende plaatjes bevat, dat strekt tot aanbeveling in het strenge peer review proces. Neem als voorbeeld het boek Ayurveda, The Gentle Health System door Hans H. Rhyner  “is an easy-to-read, lavishly illustrated book that shows how it works”. Je kunt trouwens ook met kookboeken je wetenschappelijk curriculum oppoetsen. Ayurvedic Cooking for Self-Healing door Usha Lad / Vasant Lad. Of als je echt goddelijke leiders wilt bewieroken, ook geen probleem voor de toekenning van de financieringsgelden in wetenschappelijk Vlaanderen: Bhagvan Sri Sathya Sai Baba, My Divine Teacher door Curth Orefjaerd.

 

Maar misschien voelt u zich toch niet helemaal thuis in deze omgeving, en publiceert u liever bij een echte University Press, bijvoorbeeld Syracuse University Press. Eens kijken: Moonfixer. The Basketball Journey of Earl Lloyd door Earl Lloyd en Sean Kirst. “A compelling read capable of both shaking you up and reaffirming your love of what [Lloyd] calls a game where the ball knows no prejudice; everybody touches it, and everybody touches each other”. Hier zijn we bij het zwaardere wetenschappelijke werk aangekomen. Of wat te denken van Monumental New York! A Guide to 30 Iconic Memorials in Upstate New York van de vermaarde wetenschapper Chuck D’Imperio, a longtime, award-winning radio broadcaster at Central New York Radio Group’s station WDOS in Oneonta”.

 

Reisgidsen doen het ook goed. Ook het prestigieuze (en ook door de strenge Noren uitverkoren) Yale University Press is sterk in dit genre, of wat dacht je van de City Guide Newcastle and Gateshead door Grace McCombie. Keuze zat op dat vlak bij Yale. Baseballsporters blijven het ook goed doen, kijk maar naar de bibliografie van Joe Dimagio of Hank Greenberg, “the hero who didn’t want to be one”. De oorlog, ook altijd goed : Twelve turning points of the second World war. Maar waar echt wetenschappelijk in te scoren valt, is toch in Health and Wellness. Absoluut wetenschappelijk zwaargewicht : Reclaiming Our Health. A Guide to African American Wellness. De auteur, Michelle A. Gourdine, “is CEO and principal consultant, Michelle Gourdine and Associates, a health policy consulting firm”.

 

Kortom : op de ganse prestigieuze Noorse lijst is geen enkele Vlaamse of Nederlandse uitgeverij te bespeuren, wat hebben die overigens verstand van wetenschappelijk uitgeven? Of beter : tot welk soort van tunnelblindheid het afmeten van wetenschap leiden kan. Zullen we maar rustig verder publiceren daar waar we hopen dat wetenschap kan gedijen op een volwassen manier, en hopelijk ook nog enige maatschappelijke relevantie kan hebben, alle rankinglijsten ten spijt? Desnoods moeten de Vlaamse criminologen maar emigreren naar Nederland. Hoewel? Ik vrees dat ook daar de rankingkoorts stijgt.