Blog Paul Ponsaers

Patchwork in Brussel - Maart 2010

Regelmatig wordt Brussel opgeschrikt door rellen tussen jongeren en de politie. Eind januari verijdelde de politie een overval, waarbij een politieagent met een kalasjnikov werd verwond. De Vlaamse politici vielen over elkaar heen met hun eis een zero tolerance-beleid in te voeren, maar ook een ééngemaakte politiezone. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is één demografisch gebied waarin negentien gemeenten zijn te onderscheiden, elk met hun eigen burgemeesteÍ. Toen in de jaren zeventig in België een grote fusieoperatie werd doorgevoerd van gemeenten, slaagde men erin om bijvoorbeeld een stad als Antwerpen tot één stedelijk gebied om te vormen, maar in Brussel wilde dat niet zo lukken. Veel hield verband met het feit dat in België het cumuleren van politieke mandaten bon ton is, wat maakt dat een parlementslid tevens burgemeester kan zijn. Deze combinatie van mandaten is in het Brusselse schering en inslag, hetgeen met zich meebrengt dat elk van de negentien Brusselse burgemeesters een politiek zwaargewicht is.

 

Bij de politiehervorming in 1998 werd het land ingedeeld in politiezones. Dat betekent heel concreet dat de 589 gemeenten van België werden samengevoegd tot zones die één stad tot tien gemeenten konden omvatten. Omdat Antwerpen één stad was geworden bij de fusie, werd hier beslist om er één poIitiezone van te maken. Maar Brussel? Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met zijn negentien gemeenterL werd omgevormd tot zes politiezones.

 

Daarbij komt dat Brussel, in tegenstelling tot Parijs, een stad zonder banlieue is. Het heeft geen gordel waar je de achtergestelde bevolking vindt. De verpaupering, omwille van een hele reeks factoren, vindt bijgevolg plaats in de centra van de verschillende Brusselse gemeenten. Daarover wordt geen eenvormig beleid gevoerd. Een veiligheidsbeleid kan echter niet los staan van het bestuurlijk beleid op het vlak van tewerkstelling, onderwijs, sociale huisvesting en dergelijke. De achterstellingssituaties verdienen een sterke bestuurlijke daadkracht, ook in Brussel. Maar dat lukt niet al te best met dat p at chwork-achtige beleid.

 

In elk Europees land verdichten criminaliteit en onveiligheidsproblemen zich in de grote metropolen en de meeste landen hebben dan ook precies op die metropolen fors ingezet met een robuust lokaal politiekorps. Dat laat toe om een coherent veiligheidsbeleid te voeren. Kortom, Brussel moet ook één politiezone hebben, je hebt geen rellen nodig om dat te weten. Brussel voert nu een verdeeld beleid, terwijl het de hoofdstad van Europa wordt genoemd. Cynischer kan bijna niet.

 

Als het brandt, moet de brandweer blussen. De politie moet ingrijpen als zaken uit de hand lopen, maar daarmee neem je de oorzaken niet weg. Wat zich nu voordoet is een structureel probleem waarop je een structureel antwoord zou verwachten. Telkens weer komen met een ad hoc oplossing heeft geen zin. Het invoeren van een zogenaamd zero tolerance-beleid is het blussen van een uitslaande brand. Het New York van toenmalig burgemeester Rudy Giuliani heeft geleerd dat dergelijk beleid op de langere termijn een hoop gelazer met zich meebrengt, zoals overvolle gevangenissen (toch niet weer naar Tilburg?) en een toename van het aantal klachten tegen de politie.

 

Dergelijk beleid tot een structurele aanpak verheffen komt als een boemerang terug. Overigens, als je het dan toch doet, voorzie dan een aantal flankerende maatregelen. Als een joumaliste in nog geen zes uur tijd in Brussel een kalasjnikov kan versieren, dan zal de politie ook wel weten waar ze de wapens moet vinden. Dat hoop ik toch. Wel, waarom doet ze dát dan niet?