Blog Paul Ponsaers

Afscheid van een reus - Januari 2010

Lode Van Outrive overleed op 22 augustus 2009 op 77-jarige leeftijd. Lode was één van die al te zeldzame boegbeelden van de Vlaamse criminologie. Het beeld dat de media hebben opgehangen van Lode was fel ingekleurd door de laatste periode van zijn leven, een tijd waarin hij vooral als homo politicus actief was. Binnen wetenschappelijke kringen was hij evenwel van veel vroeger een onvermijdelijk baken.

 

Als zoon van een bescheiden familie uit het Antwerpse havenmilieu (zijn vader was douanier), was Lode naast socioloog ook  jurist geworden. Lode behaalde daarnaast ook nog een bachelordiploma in de wijsbegeerte, maar dat terzijde. In het spoor van Ward Leemans, het toenmalige boegbeeld van de Leuvense sociologie, die zelf in grote mate gevormd was door Georges Gurvitch, verdiepte hij zich in een eerste fase van zijn academisch leven in de arbeidssociologie, in de schoot van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de KULeuven. Het was in 1969 dat hij zijn doctoraal proefschrift verdedigde in dit studiedomein, meer bepaald met een proefschrift over de syndicale participatie.

 

Lode heeft steeds zijn academische zoektocht gecombineerd met een politieke. Hij was al in 1971 medeinitiator van de “de Nieuwe Maand”, tijdschrift voor politieke vernieuwing. Het was een periode van politieke dakloosheid, die men mettertijd de naam “Doorbraak” heeft gegeven. Een toenaderingspoging tussen progressieven van christen-democratische signatuur en socialisten, of zoals je wil tussen het katholieke Vlaanderen en het vrijzinnige. Lode trok tijdens deze periode op met strijdmakkers-sociologen van het eerste uur zoals Luc Huyse of Jan Bundervoet. Maar ook met priester-arbeider Jef Ulburghs, vergeten Vlaams politicus uit de Limburgse mijnstreek. Lode uitte zijn politiek engagement even makkelijk als voorzitter van Caritas Catholica als (later, in 1982) van de Vlaamse Liga voor Mensenrechten. Voor hem was deze combinatie een logische consequentie van progressieve frontvorming.

 

Het was de toenmalige rector van de KULeuven Zegher Van Hee, die zich herinnerde dat Lode naast socioloog ook jurist was, en hem wist te overhalen over te stappen naar de faculteit Rechtsgeleerdheid, meer bepaald naar de toenmalige wat vlottende Afdeling Strafrecht, Strafvordering & Criminologie. In 1975 werd hij voorzitter van deze afdeling en startte hij met het boetseren van een ploeg vooraanstaande criminologen. Velen hebben hun academische loopbaan aan hem te danken, waaronder ik mezelf met dankbaarheid mag rekenen.

 

Tijdens zijn criminologische periode aan de KULeuven doceerde Lode het vak Criminele Sociologie, waarin hij komaf maakte met al te archaïsche positivistische benaderingen die in de Leuvense school voorheen aan de orde waren. In grote mate was hij één van de protagonisten en pleitbezorgers van de acceptatie in onze contreien van het symbolisch interactionisme. Later zou hij neo-marxistische elementen in zijn theorievorming betrekken, getuige daarvan het theoretisch artikel over het interactionisme en het neo-marxisme dat hij toen publiceerde in het tijdschrift Déviance et Société. Zijn eerste stappen in het criminologisch onderzoeksveld situeerden zich in het domein van het gevangeniswezen, pas later richtte hij zich op de studie van de politie.

 

Lode was de man die al te (kleine) provincialistische kapelletjes sloopte. Hij was het die de samenwerking tussen Vlaamse en Waalse collega’s hoog in het vaandel bleef dragen. Hij was het die ijverde voor samenwerking tussen verschillende universiteiten in de schoot van het Centrum voor Politiestudies, waarvan hij gedurende lange tijd voorzitter was. Hij reisde vooral graag naar Montréal en Ottawa (Québec/Canada), waar hij zijn tweede vaderland vond en talloze gastcolleges verzorgde. Ook was hij één van de stichtende leden bij de oprichting van het hogervermelde internationale tijdschrift Déviance & Société, dat hij samen met Louk Hulsman en Philippe Robert tot één van de meest vooraanstaande criminologische tijdschriften uitbouwde.

 

In 1982 zette Lode opnieuw een stap op zijn politieke pad door mee te bouwen aan een brede socialistische lijst in Leuven, opnieuw op zoek naar bundeling van progressieve krachten. Het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond eiste zijn ontslag. Maar toenmalig rector De Somer schaarde zich achter Lode en zei dat hier geen sprake van kon zijn. Van 1989 tot 1994 zal Lode zich uiteindelijk bekennen tot de socialistische partij en als lid van deze fractie in het Europees Parlement zetelen. Hij zocht samenwerking tussen groen en rood en kwam nogal eens in botsing met de toenmalige top van de partij. Uiteindelijk trad Lode terug uit de parlementaire politiek en bleef vooral actief ter gelegenheid van bijzondere gelegenheden.

 

Lode heeft ook doorheen zijn politieke episodes in zijn leven nooit de criminologie losgelaten. Hij is steeds actief auteur gebleven van talloze bijdragen in het vakgebied. Ik heb tijdens de winter van zijn leven, waar die brutale slepende ziekte hem in meevoerde, nog mogen meemaken dat we aan een boek hebben gewerkt, samen met ULB-collega Carrol Tange, over de stand van het wetenschappelijk onderzoek inzake politie in Europa en de angelsaksische wereld. Ik ben dankbaar dat ik de publicatie nog in zijn handen heb mogen leggen, enkele dagen voordat hij ons verliet. Ik hou hier vooral een diepe bewondering, dankbaarheid en verankerde vriendschap aan over voor iemand die steeds zijn eigen pad is gegaan, met respect voor de eigenheid van anderen en zoekend naar bundeling van gemeenschappelijkheid en solidariteit. Die herinnering koester ik diep.