Blog Paul Ponsaers

Kenniskringen en leerstoelen - April 2009

Enige tijd geleden voerden we in Gent een enquête bij de afgestudeerde criminologen. We waren best wel benieuwd waar die grote aantallen afgestudeerden eigenlijk terecht kwamen. Wat bleek? Het grootste arbeidsmarktaandeel van afgestudeerde criminologen (14%) bleek de sector “welzijnswerk of hulpverlening”. Het bleek dat onze afgestudeerden in deze sector een eerste job vonden. We vroegen ons wel af hoe dat eigenlijk kon, want we hadden steeds vermoed dat deze sector vooral jobs verschafte aan maatschappelijk werkers en dat Vlaamse criminologen vooral in beleidsfuncties in de ruime veiligheidssector aan de bak zouden komen.

Een mens kan zich vergissen. Of toch niet? Wanneer we de antwoorden op de bevraging van naderbij bekeken bleek echter dat de sector “welzijnswerk of hulpverlening” aan belang inboette naarmate de beroepsloopbaan vorderde en terugliep tot 10%. Het tegendeel bleek waar te zijn in de sector “politie”. Slechts 4% van de bevraagden zocht dit arbeidsmarktsegment op als eerste job, terwijl niet minder dan 17% van de afgestudeerde criminologen na verloop van tijd in deze sector uiteindelijk terecht bleek te komen. Kortom: alumni komen (na verloop van tijd) vooral terecht bij politie en het marktaandeel van de jobs in meer sociaal getinte sectoren blijkt kleiner te worden naarmate de loopbaan vordert.

Hoe komt het echter, dat men vrij laat na afstuderen deze richting uitgaat? Diverse signalen wijzen in dezelfde richting : afgestudeerde criminologen willen eigenlijk wel een beroepsloopbaan bij de politie, maar de toegang tot het beroep blijkt niet zo makkelijk. Er komen selectieproeven bij kijken, en de doorstroom naar het beroep wordt in grote mate bemoeilijkt door lange opleidingstrajecten. De politieopleiding staat in Vlaanderen volkomen los van het feit of men nu over een universitair diploma beschikt of niet. In feite begint men een totaal nieuwe opleiding, zonder enige vorm van schakelprogramma of iets dergelijks. En dat blijkt een drempel waar afgestudeerde universitairen pas na verloop van tijd toe besluiten. Of: het beroep vindt men aantrekkelijk, doch de drempels tot het beroep worden als (te?) hoog ervaren.

In Nederland is de situatie anders. De politieopleiding is tot op zekere hoogte afgestemd op de bachelor-/masterstructuur, waardoor equivalentie van diploma’s gerealiseerd is. En de Bologna-bruggen tussen het universitair onderwijs en het politieonderwijs kunnen makkelijker worden bewandeld. Maar eigenaardig is het wél om vast te stellen dat de Nederlandse criminoloog zich nauwelijks of niet aangetrokken voelt tot het eigenlijke politieambt. Men wil wel bij de politie gaan werken, maar dan eerder als burger, als strategisch- of criminaliteits-analyst, niet zozeer als reguliere politieman of -vrouw. Kunnen we niet wat Vlaamse criminologen in de Nederlandse politieopleidingen binnensmokkelen? Dat is tenminste de spontane gedachte die hierbij opkomt ...

En toch ben ik daar niet zo meteen van overtuigd. Mettertijd valt het op dat het Nederlandse model van politieopleiding ook (perverse?) neveneffecten heeft. Als champignons duiken “kennissenkringen” en “leerstoelen” allerhande op, vaak gespiegeld aan de laatste politiële modegril, die de indruk wekken dat het politieonderwijs wat al te gretig de universiteit wil omarmen. Het lijkt erop dat men er bij de politie eerder op uit is een eigen “corporate university” in te richten,  in plaats van synergie te zoeken tussen het reguliere politieonderwijs en de academische scholing.
Ik  ben er echt niet zo zeker van dat dát de richting is die we uit moeten in Vlaanderen.