Blog Paul Ponsaers

Komaan zeg, niet flauw doen (over de GAS)

De Morgen, 19 december 2013

 

De discussie omtrent de GAS is stilaan in een terminale fase getreden. De perceptie is gaan overheersen dat onze bestuurders er een potje van maken, voor elke habbekrats naar het GAS-wapen grijpen en dus in feite onze vrijheid metterdaad ongelimiteerd beperken. Flauwe kul zo’n karikatuur. Enkele argumenten op een rij.

 

Eén. De meest verspreide boete is de verkeersboete. Boete is in veel gevallen een verkeerd woord, want meestal gaat het om een zogenaamde ‘retributie’, het betalen van een verkeerstarief omwille van foutparkeren. Gek is dat we dat intussen zo gewoon zijn dat er geen haan naar kraait, we gedwee de boete betalen en daarmee is de kous af. De meesten begingen willens en wetens de overtreding en dus moeten we maar op de blaren zitten … tot de volgende boete. Anderen worden wat voorzichtiger, want het is tenslotte al de tweede keer deze maand. De verkeersboete reguleert tot op zekere hoogte ons gedrag, zorgt voor wat stadsetiquette en is eigenlijk niet (langer) gecontesteerd. Slim is trouwens dat het verkeersbeleid toelaat om lichte overtredingen licht te straffen, voor zwaardere loopt de rekening op en echt ernstige misdrijven worden pittig gesanctioneerd.

 

Twee. Al sinds de Belgische onafhankelijk kunnen gemeenten verordeningen strafbaar stellen. Dat is niets nieuws, dat zit verankerd in het concept van de lokale democratie in onze grondwet. Uiteindelijk beschikken we lokaal over de beleidsmakers die we zelf verkiezen. Punt was evenwel dat de politie wel kon verbaliseren op basis van deze verordeningen, maar dat het parket deze overtredingen in het verleden massaal naast zich neerlegde. Resultaat was een non-beleid. De burgemeesters stonden erbij en keken ernaar. Met de invoering van de gemeentelijke administratieve sanctie krijgt de gemeente de mogelijkheid om te sanctioneren. Kortom: beleid wordt mogelijk. Ook hier geldt dat de GAS mogelijk maakt om lichte overtredingen licht te beboeten, zwaardere zwaarder. Dat er stommiteiten gebeuren op lokaal niveau verdient terechte kritiek en heeft aanleiding gegeven tot het karikaturaal beeld dat is ontstaan. Maar in vele gemeenten wordt de GAS spaarzaam en proportioneel aangewend door diegenen die we zelf verkozen.

 

Drie. Het systeem van de GAS werd geconcipieerd door de federale regering als een kader dat gemeentelijk invulling dient te krijgen. Als men lokaal er wat mee wil kan dat, als dat niet het geval is, even goede vrienden. De federale regering is ermee aan de slag gegaan omdat sinds lange tijd erg veel middelen zijn gegaan naar het lokaal preventiebeleid. Maar dat beleid wordt moeilijk te verantwoorden in tijden van crisis als op geen enkele manier een stok achter de deur staat. De bottom-line was, ofwel het preventiebeleid continueren en de GAS dan invoeren als sluitstuk, of het preventiebeleid (waarop we in ons land terecht fier mogen zijn) naar “af” sturen. Wij weten waar we de voorkeur aan geven. Wat we in ieder geval niet willen is het handhaven van de GAS zonder preventiebeleid, beide zijn wat ons betreft onlosmakelijk aan elkaar geketend.

 

Vier. De discussie over de administratieve sanctie en de scheiding der machten is een non-argument. Sinds jaar en dag maken diverse federale en gewestelijke inspectiediensten (o.m. de arbeidsinspectie, de milieu-inspectie, …) processen-verbaal op die aanleiding kunnen geven tot een administratieve geldboete. In deze context wordt zelden het argument gehanteerd dat zij optreden als rechter en partij tezelfdertijd. Natuurlijk is dat niet zo, want steeds staat de deur open voor hoger beroep, hetgeen uiteindelijk door een rechter zal beslecht worden, zo ook wat de GAS betreft. Stel je even voor dat al deze administratieve zaken zouden moeten afgehandeld worden binnen de klassieke strafrechtsbedeling. Dat zou pas risicovol zijn, met ons volkomen verstopt justitie-apparaat.

 

Vijf. De hele discussie over de GAS is in haar terminale fase getreden op het moment dat minderjarigen vanaf 14 jaar (kinderen dus) er het voorwerp van konden worden. Terecht vinden wij. Minderjarigen moeten opgevoed worden en niet administratief gesanctioneerd. Maar dat neemt niet weg dat de GAS betekenisvol en nuttig kan zijn voor meerderjarigen én dat de GAS-wet voorziet in een verplichte bemiddeling wanneer het gaat over minderjarigen. Over de leeftijdsgrens moet, wat ons betreft, terug eens ernstig nagedacht worden. Maar dat betekent echt niet dat het kind met het badwater moet weg gekieperd worden, toch?

 

Zullen we even stoppen met flauw te doen en de GAS als karikatuur voor te stellen aub?

 

Paul Ponsaers, Prof. dr. UGent ; Elke Devroe, Ass. Prof. Universiteit Leiden, auteur van A swelling culture of control. De genese en de toepassing van de wet op de administratieve sancties in België, Antwerpen/Apeldoorn: Maklu.