NIEUW: "Georganiseerde Wanorde"

Ponsaers, P. (2021). Georganiseerde Wanorde, Rechts-extremisme in Vlaanderen 2019-2021. Oud-Turnhout / 's-Hertogenbosch: Gompel & Svacina, pp. 175.

Rechts-extremisme in Vlaanderen: sinds de Pano-reportage ‘Wie is Schild & Vrienden echt?’ is er aan extreemrechtse zijde heel wat gebeurd. Dit polariserende gedachtegoed wordt via internet, in allerlei verborgen chatrooms, gretig aan de man gebracht. Maar ook op straat komt het ongenoegen tegen de democratie tot uiting in spandoeken, protestacties en manifestaties. ‘Niet mijn regering’ werd een merknaam sinds de ‘Mars tegen Marrakesh’ in 2018. De auteur overloopt alle gebeurtenissen van ‘georganiseerde wanorde’ waarbij extreemrechts betrokken was binnen de politieke context van 2019 tot 2021.

Dit boek biedt een handvat voor iedereen die geïnteresseerd is in de opgang van extreemrechts. Zo wordt de structuur geanalyseerd en inzicht verschaft in de evolutie van de identitaire beweging. Extreemrechts in Vlaanderen voedt zich met een uitgebreid buitenlands netwerk. De auteur legt het verband met de invloed van Rusland op het terrorisme in diverse EU-landen. Het militair conflict in de Oekraïense Donbass-regio bleek nogal wat extreemrechtse activisten te mobiliseren. De trainingskampen die in Polen en Servië ontstonden voor private en publieke veiligheidsmensen, verschaffen blijkbaar veelvuldig opleidingen voor extreemrechtse activisten, onder wie ook Belgen.

Paul Ponsaers bespreekt de complexiteit van beleidsvoering tegen extreemrechts en waarschuwt voor de maatschappelijke gevolgen van deze olievlek voor onze democratie. Zijn uitgangspunt:


Ik heb dit boek de titel ‘Georganiseerde Wanorde’ meegegeven. Met deze titel alludeer ik op het begrip dat in de criminologie al enige tijd wordt gehanteerd, met name ‘Georganiseerde Criminaliteit’ of ‘Organized Crime’. Er is sprake van georganiseerde criminaliteit ‘indien groepen die primair gericht zijn op illegaal gewin systematisch misdaden plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving, en in staat zijn deze misdaden op betrekkelijk effectieve wijze af te schermen, in het bijzonder door de bereidheid te tonen fysiek geweld te gebruiken of personen door middel van corruptie uit te schakelen’.

Kortom, met georganiseerde criminaliteit wordt dat soort van misdrijven bedoeld die (1) in groep en systematisch worden gepleegd, dus op een georganiseerde wijze; (2) met ernstige gevolgen voor de samenleving, dus waar de samenleving mede slachtoffer van is; (3) waarvan daders hun daden afschermen, m.a.w. op een verdoken manier; en (4) en bereid zijn fysiek geweld te gebruiken. In Nederland hanteert men hiervoor intussen de betekenisvolle term ‘ondermijnende criminaliteit’.

In dit boek gaat het niet over ‘Georganiseerde Criminaliteit’, maar wel over ‘Georganiseerde Wanorde’. Met deze term verwijs ik niet zozeer naar een bepaald criminaliteitsfenomeen, maar naar hetgeen gemeenzaam bedoeld wordt met ‘social disorder’ of ‘het verstoren van de openbare orde’.


Paul Ponsaers is socioloog en criminoloog. Hij is voormalig journalist en hoogleraar Criminologie (Universiteit Gent). Hij staat mede aan het roer van de Cahiers Politiestudies. Eerder publiceerde hij onder meer Loden Jaren – De Bende van Nijvel gekaderdTerrorisme in België en Haatzaaiers – Extreemrechtse radicalisering.

ISBN: 9789463713351


 Bestellen


 

 

Interview Apache

Van Marrakesh tot Jürgen Conings

12 januari 2022 - Frederik Polfliet

Het netwerk van extreemrechts in heeft volgens criminoloog Paul Ponsaers een toenemende impact op onze samenleving. Vanuit enkele strategische posities sturen rechts-extremisten aan op ontregeling om de Belgische staat te destabiliseren. Ponsaers kijkt daarbij vooral naar militaire hoek. In zijn boek Georganiseerde wanorde documenteert en overschouwt hij de rechts-extremistische perikelen van de voorbije drie jaar in België. ‘Als je dat allemaal bij elkaar legt, schrik je toch.’

Paul Ponsaers (69), gewezen journalist en professor emeritus hoogleraar criminologie aan UGent is naar eigen zeggen nu wel even klaar met het onderwerp. Zijn vorige boek over extreemrechts, Haatzaaiers (2020), eindigde met de uittocht van N-VA uit de federale regering in december 2018 na de contestatie van het Migratiepact van de Verenigde Naties.

De daaropvolgende Mars tegen Marrakesh bracht zo'n 5.500 mensen op de been en ontaardde in ernstige rellen tussen een deel van de betogers en de politie. Nadien gebeurde aan extreemrechtse zijde nog zoveel dat Ponsaers zich genoodzaakt zag om een complement te schrijven.

“Eigenlijk ligt dit boek enigszins buiten mijn onderzoeksveld, want het gaat hier niet per se om politiek geweld”, zegt Ponsaers, die eerder veel publiceerde over terrorisme en momenteel een boek voorbereidt over de processen rond de aanslagen in Parijs en Brussel. “In mijn zopas verschenen boek gaat het veelal om de verstoring van de openbare orde: opruiend, intimiderend en discriminerend gedrag."

"De afgelopen drie jaar zagen we extreemrechtse manifestaties als champignons over heel het land opduiken. Het waren vooral plaatselijke gebeurtenissen waarop ingespeeld werd. Denk bijvoorbeeld aan het pestincident in Puurs, waar een 15-jarige jongen werd mishandeld door een groepje jongeren met een migratieachtergrond. Dat werd snel gerecupereerd door leden van Schild & Vrienden en Voorpost.”

Extreemrechts terrorisme

“Als je al die incidenten bijeenlegt, begin je toch te schrikken. Dan moet je constateren dat zowel in de publiek opinie als in politieke middens en binnen het staatsapparaat de rechtervleugel telkens meer naar rechts wordt geduwd. Eigenlijk is het abnormale het nieuwe normaal geworden, in die mate zelfs dat het extreemrechtse gedachtegoed haast politiek correct is geworden.”

Voor Ponsaers betekent dit niet alleen een forse bedreiging voor onze democratie, maar ook een voedingsbodem waarin extreemrechts terrorisme wel degelijk wortel kan schieten. Hij wijst erop hoe extreemrechts door het internet de openbare ordehandhaving flink weet te doorkruisen. Het oproepen tot demonstraties of bijeenkomsten gebeurt lang niet meer door middel van de traditionele kanalen.

Criminoloog Paul Ponsaers: 'Eigenlijk is het abnormale het nieuwe normaal geworden, in die mate zelfs dat het extreemrechtse gedachtegoed haast politiek correct is geworden'

“Normaal wordt bij een aangevraagde betoging onderhandeld en overleg gepleegd tussen politie en organisatoren. Burgemeesters worden nu geconfronteerd met fenomenen die ze voorheen nooit hebben gekend. Maar in besloten platformen kunnen ze het verstoren van de orde perfect orkestreren. Dat is al helemaal het geval wanneer het niet gaat om geplande gebeurtenissen zoals een betoging, maar om tussenkomsten of incidenten. Voorbeelden hiervan zijn het vandaliseren van bepaalde plaatsen, het intimideren van buurtbewoners en het stichten van brand in asielcentra.” 

Het valt Ponsaers op hoe ontstellend snel tegenwoordig alles gaat en hoe moeilijk het is om er de vinger op te leggen. “Aanhangers springen als kikkers van de ene poel naar de andere en extreemrechtse groeperingen komen en gaan. Het gaat dan ook eerder om een onoverzichtelijk netwerk dan om verschillende organisaties. Door de digitalisering en fluïditeit van netwerken, met voortdurend veranderende formaties en samenstellingen, is de strijd tegen extreemrechts dus bijzonder moeilijk geworden.”

Haatspraak bij Schild & Vrienden

Toch wordt ondertussen ook kordater opgetreden. Ook digitale haatberichten en racisme op het internet krijgen tegenwoordig een gerechtelijk gevolg en de eerste veroordelingen voor digitale haatspraak zijn inmiddels een feit. 

“Dat brengt wel wat zoden aan de dijk, maar we moeten ook nieuwe vormen van afhandeling durven overwegen die preventief verhinderen dat dergelijke groepen zich kunnen nestelen en groeien. Een internetverbod, een verbod op merchandising en de verbeurdverklaring en beslaglegging van de goederen van extremistische organisaties lijken me bijvoorbeeld haalbare beleidsopties."

Ponsaers: 'Een internetverbod, een verbod op merchandising en de verbeurdverklaring van de goederen van extremistische organisaties zijn haalbare beleidsopties'

"Maar bovenal is het essentieel om het debat weer openbaar te krijgen. Want bij extreemrechts radicaliseren ze veelal in eigen kring. Het beste voorbeeld daarvan is Schild & Vrienden waarin gelijkgezinden in besloten digitale platformen met elkaar communiceren. Dit werkt dan als een soort olievlek. Zonder debat of tegenspraak jutten ze daar elkaar op. Het enige wat ze daar doen, is een duimpje omhoog steken. Tegelijkertijd is er de ontkenning naar de buitenwereld toe."

"Maar het is juist van groot belang om als burgers alert en met democratische middelen het debat te blijven opzoeken, hele en halve onwaarheden tegen te spreken en wolven in schapenvacht te ontmaskeren. Maar sommige burgers hebben hier stilaan schrik van en lopen er omheen. Hierdoor werkt de zelfisolatie waarin extreemrechts zich heeft begeven als een cocon."

Vlaams Belang als asielpartij 

Ponsaers begon niet aan dit boek om de exploten van Vlaams Belang te documenteren. Hij richtte zich op de buitenparlementaire biotoop: extreemrechtse formaties, onafhankelijk van Vlaams Belang, die zich onderscheiden door de legitimatie van het gebruik van politiek geweld en racistische haatzaaierij. Willens nillens stuitte hij hierbij voortdurend op connecties tussen extreemrechtse harde kernen en Vlaams Belang.

“Soms zijn die verbindingen tussen groupuscules en de partij historisch gegroeid. Maar evengoed gebruiken individuen of groepjes Vlaams Belang als vehikel voor eigen doeleinden. Er zijn strategische redenen voor Vlaams Belang om bepaalde mensen aan te trekken. Maar we kunnen het even goed omdraaien."

"Extreemrechts gebruikt net zo goed Vlaams Belang om te infiltreren in het staatsapparaat. Figuren als Dries Van Langenhove, oprichter van Schild & Vrienden en onafhankelijk Kamerlid voor Vlaams Belang, zitten ondertussen in het parlement en zetelen in commissies. Dit zorgt voor destabilisering en politieke discussies die we enkele jaren geleden niet eens voor mogelijk hielden.”

“Het is toch merkwaardig dat deze antimigratiepartij voortdurend zelf asiel verleent aan politieke avonturiers. Het is echter niet zo dat Vlaams Belang of de partijleiding het voortouw neemt in de ontwrichting van de publieke ruimte. De partij fungeert veeleer als een magneet voor extremistische groepen en het zijn eerder individuen binnen Vlaams Belang die betrokken geraken in fragmenteringen."

"Zelfs in een zweeppartij als Vlaams Belang ontstaan zo dus steeds extremere tendensen. Wat er eigenlijk voor zorgt, en dat stelt mij dan weer enigszins gerust, dat er gewoonweg geen beleidspartij van gemaakt kan worden.”

Omverwerping regimes

Ponsaers bracht het al ter sprake in ons gesprek. In die virtuele extreemrechtse groepjes is er heel wat verloop. Zelf geeft hij het voorbeeld van iemand als Carrera Neefs.

Nochtans kunnen soortgelijke figuren ten opzichte van elkaar in gedachtegoed wel wat van elkaar verschillen. Zo zijn sommige eerder heidens geïnspireerd, andere dan weer reactionair katholiek. Of in tegenstelling tot Nieuw Rechts dat eerder Europees denkt, vertoont de identitaire beweging in Vlaanderen eerder regionalistische trekken. Wel zijn ze in de regel xenofoob en racistisch, met een focus op migranten en asielzoekers van moslimorigine.

Ponsaers: 'Het is toch merkwaardig dat de antimigratiepartij Vlaams Belang voortdurend zelf asiel verleent aan politieke avonturiers'

Alom aangehangen is eveneens de omvolkingstheorie waar het ‘witte ras’ op het punt staat om vervangen te worden door gekleurde immigranten. “Wat al die groepen verbindt, is in de eerste plaats niet zozeer ideologie of een alternatief maatschappijmodel, maar de wanorde die ze willen stichten. Daarnaast krijg je ook wel de indruk dat ze zich her en der willen voorbereiden om in te breken in de staat om die naar hun hand te zetten.”

“Politiek geweld kent verschillende gezichten. Bij het door Islamitische Staat (IS) geïnstrueerde terrorisme ging het in wezen over de vorming van een staat. Binnen het linkse terrorisme was de staat dan weer de grote vijand die ze wilden omverwerpen. Extreemrechts wenst juist de staat te versterken door die te bezetten. Daar gaan ze op zoek naar fracties binnen de staatsapparaten met de macht om regimes te laten wijzigen."

"Niet zelden is dat het leger. Denk aan Westland New PostFront de la Jeunesse en de Vlaamse Militanten Orde in het verleden of vandaag aan de gewezen paracommando en voor terrorisme veroordeelde Thomas Boutens. Het gaat om het infiltreren, polariseren en bondgenootschappen smeden. Zoals Boutens deed met de geradicaliseerde militair Jürgen Conings. We hoeven dus helemaal niet verbaasd te zijn dat extreemrechts goed gedijt in het leger en dat militairen betrokken zijn bij extreemrechtse incidenten.”

Aanhang in legerkringen

In dat verband wijst Ponsaers op de parallellen tussen het optreden van het extreemrechtse Westland New Post in de jaren tachtig van de vorige eeuw en de zaak-Conings.“Het waren beroepsmilitairen van WNP die in 1981 geheime telexen van de Navo op het hoofdkwartier van het leger in Evere lekten. Hiermee wilden ze demonstreren dat de Navo onvoldoende beveiligd was en niet bestand tegen infiltratie door het ‘rode gevaar'.”

Volgens Ponsaers is het meer dan aannemelijk dat Conings zijn diefstal van militair wapentuig uit de kazerne van Leopoldsburg pleegde om leger en regering in hun hemd te zetten. Hij benadrukt hoe extreemrechts er steeds op uit geweest is om aanhang te verwerven in legerkringen.

“Daar bevinden zich immers ervaren veteranen, beslagen in het gebruik van vuurwapens en explosieven. We durven het wel eens vergeten maar die technische knowhow is de belangrijkste opstap om dreigingen in daden te kunnen omzetten.”

Volgens Ponsaers is het meer dan aannemelijk dat Conings zijn diefstal van militair wapentuig uit de kazerne van Leopoldsburg pleegde om leger en regering in hun hemd te zetten

Ook wat dat betreft, is de context gewijzigd. “Vandaag hoef je een gevechtstraining niet meer ergens verdoken in de Ardennen te organiseren. Je trekt naar het buitenland en daar kan je terecht bij een privébedrijf, waar militairen of politieagenten niet alleen lesgeven aan collega’s, maar ook aan politieke avonturiers. Dat is echt een kluwen waar onze overheden geen vat meer op hebben.”

Voorkomen van geweld

Daarnaast is er de invloed van Rusland op het terrorisme in diverse landen van de Europese Unie. Zo leiden trainingskampen in Rusland bewust neonazi’s uit Europa op. Ponsaers laat in zijn boek ook zien hoe die nieuwe situatie gegroeid is uit de vermarkting van de oorlogsvoering. In toenemende mate doen mogendheden (tot zelfs private bedrijven) een beroep op particuliere militaire bedrijven die op vijandig grondgebied worden ingezet.

Het boek bevat een waarschuwing voor potentieel gevaarlijke rechts-extremisten

Het militair conflict in de Oekraïense regio Donbass krijgt volgens Ponsaers stilaan dezelfde aantrekkingskracht voor extreemrechts als Syrië voor de jihadistische strijders. Extreemrechtse vechtjassen zijn in Oekraïne echter niet enkel te vinden in het pro-Russische kamp, maar ook langs Oekraïense regeringszijde tref je extreemrechtse milities aan, zoals in het beruchte Azov-regiment. 

Ook al valt het vooralsnog mee met extreemrechtse terreur in ons land, het boek bevat wel degelijk een waarschuwing voor potentieel gevaarlijke rechts-extremisten. We zien ook in het buitenland dat in die kringen wel degelijk politieke geweldpleging van formaat is ontstaan. Denk aan de aanslagen die Anders Breivik in Noorwegen pleegde en aan de dodelijke schietpartij in het Nieuw-Zeelandse Christchurch.

“Wat moeten we doen zodat er geen bom ontploft? Het voorkomen van politiek geweld is een paradox op zich. Want wat de overheid ook doet, ze kan eigenlijk nooit winst halen op dat domein. Gebeurt er zoiets als de brandstichting in Bilzen, dan heeft de preventie niet gewerkt. Gebeurt er niks, dan vinden ze preventie vooral geldverspilling en ingrijpen voortvarend. Het is ook moeilijk omdat je daar in de sfeer zit van openbare orde, waar we proactief te werk moeten gaan."

Rol van Justitie

"Wanneer ben je politiek geweld aan het voorbereiden en wanneer is dat juist strafbaar? In vele gevallen worden volgens onze antiterreurwetgeving handelingen als wapenaanschaf en militaire training meegenomen om de kwalificatie van lidmaatschap van een terroristische organisatie op iemand te kleven."

"Bij de jihadi-processen beschouwde Justitie dat vaak als een begin van uitvoering. En terecht, maar wat extreemrechts betreft, zie je vaak dat mensen wapens hebben en op gevechtstraining vertrekken, maar kwalificeren ze dat niet als voorbereiding tot het plegen van terreur. Maar alleszins is dit al voldoende om naar de rechter te stappen en om hem of haar zich daarover te laten uitspreken.”

“Als een van die knapen morgen een aanslag pleegt, is het kot te klein. Ergens begrijp ik de terughoudendheid van Justitie, maar ze moeten toch trachten uit één mond te spreken en de wet in verschillende omstandigheden op dezelfde manier toepassen. Dit is zeker niet altijd het geval in deze context”, stelt Ponsaers.

n zijn boek beschrijft Ponsaers hoe acties en manifestaties tegen het coronabeleid nogal wat complotdenkers en sympathisanten van Jürgen Conings aantrokken. Ook de voorbije maanden konden we vaststellen hoe extreemrechts in ons land almaar meer politieke munt probeert te slaan uit de coronacrisis.

Normalisering van complotdenken

“Eigenlijk werd op het moment dat Vlaams Belang opdraafde met de slogan ‘Niet mijn regering!’ vlees en bloed gegeven aan het complotdenken in ons land. In deze denktrant wordt de burger zonder zich ervan bewust te zijn door een elite meegenomen in een heel traject waarvoor hij niet heeft gekozen. Dus besluit je dat alles wat de regering beslist geen betrekking meer heeft op jou. De coronamaatregelen van de door extreemrechts niet erkende regering zijn immers niet rationeel en slechts in het belang van de elite. Je plaatst je dan gewoonweg buiten het publieke debat”, stelt Ponsaers.

“Zo deinde het complotdenken uit over heel de samenleving. Extreemrechts gebruikt natuurlijk iedereen op die protestmanifestaties voor hun eigen winkel. Het is de perfecte en bovendien aanslepende gelegenheid om heibel rond te orkestreren. Het ent zich op alle vormen van maatschappelijk ongenoegen om dit in hun voordeel uit te buiten. Dat zien we ook in heel die discussie rond woke."

"In wezen is de voedingsbodem irrationeel, maar het vertolkt wel degelijk een gevoel van als burger in de steek te zijn gelaten door de overheid. Natuurlijk kan je heel veel vraagtekens stellen bij de aanpak van de pandemie. Maar stel je nu eens voor dat de overheid niks zou hebben ondernomen. Ook hier weer: alles wat je doet, is toch mis. Net zoals bij terrorisme valt er met het coronabeleid geen politieke winst te halen.”

Georganiseerde Wanorde, Rechts-extremisme in Vlaanderen 2019-2021 door Paul Ponsaers is verschenen bij uitgeverij Gompel&Svacina.


 

Recensie Walter Lootens Uitpers.be

Paul Ponsaers, socioloog, criminoloog en ex-journalist laat als geëngageerde studax extreemrechts niet los. Daarvan getuigen zijn laatste publicaties die aan sneltempo verschijnen. In 2020 beëindigde hij met ‘Terrorisme in België, polarisering en politiek geweld’ een trilogie – zie  ‘Jihadi’s in België (2017) en ‘Loden jaren, de Bende van Nijvel gekaderd’ (2018) – waarmee hij volgens zijn inleider en ex-collega Rik Coolsaet de hele bandbreedte van het politieke geweld in de Belgische geschiedenis van de laatste vijftig jaar in beeld brengt. Daar is het echter niet bij gebleven. In ‘Haatzaaiers, extreemrechtse radicalisering – ook van 2020 – gaat hij nog een  stapje verder en heeft hij het voornamelijk over beïnvloedingsprocessen die zich in de geest van mensen afspelen, namelijk over het traject dat mensen afleggen vooraleer over te gaan tot politiek geweld of, met andere woorden, hoe zij tot extreemrechts gedachtegoed komen. Hoe geraken mensen geradicaliseerd?

Georganiseerde wanorde

En nu ligt met ‘Georganiseerde wanorde, Rechts-extremisme in Vlaanderen 2019-2021’ komt er alweer een nieuwe studie in boekvorm uit bij uitgeverij Gompel&Svacina. Het is een vervolg op ‘Haatzaaiers’ want, zoals de auteur in zijn inleiding schrijft, is er intussen zoveel op en achter de extreemrechtse scène gebeurt dat de geïnteresseerde lezer wellicht nood heeft aan overzicht en synthese. En dat probeert dit nieuw boek te brengen vanuit de vraagstelling ‘In welke mate radicaliseert extreemrechts in ons land al dan niet verder tot en met het gebruik van politiek geweld? Ponsaers bestudeert voornamelijk dat gedrag dat hij ‘georganiseerde wanorde’ noemt. Dat beantwoordt volgens hem aan vier kenmerken. Het is ten eerste gedrag dat in groep en min of meer systematisch wordt gesteld. Het verstoort ten tweede het rustige en geordende samenleven. Het wordt ten derde op een provocatieve en opruiende wijze gesteld, maar waarbij individuen zich schuilhouden in de massa (op internetfora of -platformen) en het is ten vierde ook gedrag dat fysiek geweld niet schuwt. De onderzoeker richt voornamelijk zijn schijnwerper op de ‘harde kern’ van extreemrechts in Vlaanderen die zich vooral situeert in de buitenparlementaire biotoop.

Zorgvuldige chronologie

Om die in beeld te brengen gaat hij zeer zorgvuldig en chronologisch te werk vanaf de Pano-reportage over Schild&Vrienden (S&V) van 2018 en de contestatie van het VN-Migratiepact, met als culminatiepunt de ‘Mars tegen Marrakesh’ van december 2018. Eindigen doet hij in mei 2021 met een hoofdstuk ‘De ontspoorde militair’ over Jurgen Conings. Dat doet hij zeer scrupuleus in de eerste zes hoofdstukken: van dag op dag, van maand op maand brengt hij feiten en incidenten bij elkaar van extreemrechts die hij onder ‘georganiseerde wanorde’ rangschikt. Hij noemt man en paard bij naam en – zeer interessant – hij doet ook een boekje open over de organisaties die zich in die extreemrechtse biotoop situeren. Dat doet hij in hoofdstuk zeven ‘De herschikking binnen extreemrechts’ die hij ziet gebeuren in de periode van 2018 tot 2021. Hij noemt het geen volledige inventaris, maar toch is de lijst al behoorlijk indrukwekkend. Ponsaers maakt in die opsomming onderscheid tussen de eerder traditionele Vlaamse strijdorganisaties zoals het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) en Voorpost. Daarnaast treft hij ook ‘Oude radicalen in een nieuw combatvest’ aan en daartoe behoort het Vlaams Legioen, het Project YGGDRASIL Waasland (PYW), aangestuurd door Rob ‘klop’ Verreycken, zoon van Wim Verreycken, de Autonome Nationalisten Vlaanderen (ANV) en de Nationale Beweging(NB), de Vlaamse tegenhanger van het rechts-extremistische ‘Nation’ in Franstalig België en dan is er ook nog de Rechts radicale Actie die het behoorlijk bruin bakte met zeer racistische posts op Facebook. En vervolgens zijn er volgens Ponsaer nog ‘De nieuwkomers en identitairen’ en hieronder plaatst hij het ‘Project Thule’, de Right Wing Resistance Vlaanderen (RWR), opgericht in 2019 naar analogie met de neonazigroep Right Wing Resistance in Nieuw-Zeeland,  en –natuurlijk – Schild en Vriend (S&V) met de alomtegenwoordige Dries Vanlangenhove waarover hij het ook al in zijn vorig boek had. Oud of jong van oprichtingsdatum is volgens de auteur niet van belang want de hardcore van extreemrechts blijft hoe dan ook een erfenis uit het oorlogsverleden in Vlaanderen.

Het gaat over nieuwe wijn in oude zakken maar met dezelfde grondsmaak en dan nog eentje dat in verschillende landen uit hetzelfde extreemrechtse vaatje tapt. Dat behandelt Ponsaers in hoofdstuk acht dat enigszins een buitenbeentje is in zijn boek. Het heet ‘De buitenlandse leerschool voor terroristen’ en daarvoor trekt hij de aandacht op de Donbass-regio in Oekraïne, maar ook op diverse Oost-Europese landen waar tal van opleidingsmogelijkheden bestaan om met wapens om te gaan en waar ook geregeld Belgen opduiken om aan trainingskampen van uiterst rechts deel te nemen.

VB, een rattenvanger van Hamelen?

 In zijn zoektocht naar de harde kern van de extreemrechtse, buitenparlementaire oppositie botste de auteur vaak op sporen van het Vlaams Belang (VB). Wat zijn de banden tussen die groupuscules en de partij? Die vraag houdt de onderzoeker bezig, maar hij is geneigd te besluiten dat er een structureel verband bestaat tussen die extreemrechtse harde kernen en het VB. De partij lijkt volgens hem alleszins niet bij machte om dat soort van aanhang te weren. ‘Het VB lijkt eerder op de ‘rattenvanger van Hamelen’ die in een  kleurrijke optocht argeloze kinderen achter zich wil aanlokken, maar slechts bij machte is een stel ratten om zich heen te scharen.’ (p. 170)

Netwerk met rafelige boorden

 Volgens Ponsaers is de strijd tegen extreemrechts aartsmoeilijk omdat het een fluïde netwerk structuur heeft met permanent wijzigende formaties en samenstellingen, en een aantal ‘harde , verscholen in gesloten chatplatformen. Extreemrechts is geen vastomlijnde groep met één uitgesproken ideologie, maar een hybride structuur met ogenschijnlijk tegengestelde objectieven, wisselende lidmaatschappen en affiniteiten. Dat netwerk vertoont ‘rafelige boorden’ want extreemrechts bestaat uit een reeks concentrische cirkels rond een centrum. ‘Het zwarte centrum is ‘de harde kern’ met ervaren ‘veteranen’ die over voldoende technische kennis beschikken om politiek geweld te plegen, ideologisch een grote mate van blindheid vertonen en mentaal de stap zetten geweldpleging tot het legitieme arsenaal van actiemiddelen te rekenen. Daarrond beweegt zich een grijze cirkel van ‘sympathisanten’, die (nog) niet over ervaring en voldoende kennis beschikken, ideologisch radicaliseren  onder invloed van die ‘harde kern’, maar met morele weerstand tegen het gebruik van geweld. In de buitenste cirkel wandelen de ‘meelopers’. Het  gaat hier om de grootste groep. Zij die geweldpleging afwijzen, maar wel ideologische affiniteit vertonen met ideologische fragmenten van extreemrechts, zonder echter alle aspecten daarvan te aanvaarden.’ (p. 169)

De vierde golf

Met zijn onderzoek en publicaties plaatst Paul Ponsaers zich in de traditie van die kleine, maar moedige groep van extreemrechts-watchers in ons taalgebied die zich sinds de opkomst van het Vlaams Blok over dat verontrustende thema hebben gebogen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Hugo Gijsels, Mark Spruyt, Etienne Verhoeyen, Rudi Van Doorslaer, Ruud Martens, Rinke van den Brink, Jos Van der Velpen, Frank Uytterhaegen, Jan Blommaert en recenter Ico Maly, Karim Zahidi, Robrecht Vanderbeeken, Bruno Verlaekt en Vincent Scheltiens  en nog vele anderen. Ook de onderzoeksjournalisten van Apache waaronder Ton Rennenberg, Tom Cochez en Frank Olbrechts, maar ook het Anti-Fascistisch Front (AFF) via haar FB-pagina Antifascista Siempre doen een flinke journalistieke duit in dat duistere za(a)kje. Doordat Paul Ponsaers zo kort op de bal speelt en ook zeer recentere feiten, gebeurtenissen en organisaties van die ‘Georganiseerde wanorde’ zo keurig inventariseert en analyseert krijgt het boek naast een meer academische ook een encyclopedische waarde. Het is goed dat zoiets gebeurt zeker op een ogenblik dat de N-VA wil dat de subsidies voor het Hannah Arendt Instituut worden stopgezet. Volgens de partij gaat het om ‘een veredeld communicatiebureau van de links-liberale visie op stedelijkheid en burgerschap. Een instituut waar volwassen kritisch denken wordt beoefend komt samen met Hannah Arendt op de zwarte lijst. Dat is ook een kaakslag voor de universiteiten die mee aan de basis lagen van het Hannah Arendt Instituut. Daarom is het zo belangrijk dat geëngageerde intellectuelen zoals Paul Ponsaers zich niet laten muilkorven door dergelijke politieke maneuvers en rustig onderzoek blijven doen naar de achterkamers van extreemrechts. En dan voornamelijk nu naar de vierde golf waarover Vincent Scheltiens en Bruno Verlaekt spreken in hun boek over extreemrechts. In de vierde golf  die ontstaat na nine eleven begint extreemrechts zich volgens hen binnen de democratische bandbreedte te positioneren, maar dan wel met een discours dat doortrokken is van een rabiaat nationalisme, antifeminisme, ‘omvolkings- en complottheorieën’, sociaal-nativisme (‘Eigen volk eerst’), soixantehuitard – en LGBTI+-haat, een overfixatie op identiteit, xenofobie en racisme en met de focus op migranten en asielzoekers van moslimorigine. Dat is de vierde golf, die van de normalisering. Die van het grootste electorale succes sinds de Tweede Wereldoorlog. Alt-right en zeker Alt-light worden salonfähig. Het grootste gevaar gaat nu uit van de Baudets, de Van Griekens, de Vanlangenhovens, de  Van Rooys en de Zemmours die nu in maatpak en veel branie de Bühne beklimmen.

Zie hier


 

Boekrecensie Rik Pinxten

De criminoloog aan de Universiteit van Gent, Paul Ponsaers, volgt al jaren de ontwikkelingen van haatzaaierij vanuit extreem-rechts in onze contreien. Hij publiceerde hierover al een paar boeken (recent 2020, bij dezelfde uitgever).  Als  onderzoeker in het vakgebied dat zich zeer intensief bezighoudt met criminaliteit, vanuit elke mogelijke drijfveer, gaat zijn interesse uit naar de nieuwe wendingen, methodes en ook acties die politieke groepen ontwikkelen in hun strijd tegen de eigen maatschappelijke orde.  Van bij de aanvang moet ik stellen dat dit boek mij, als toch wel levenslang onderzoeker rond culturele diversiteit, heel positief heeft verrast. Maar voor ik uitleg wat dit inhoudt lijst ik eerst kort op wat de werkwijze van Ponsaers is.

Het grootste deel van dit boek bestaat uit een heel nauwgezette beschrijving, zoals een historicus dat doet, van alle mogelijke uitspraken, verenigingsvormen, publicaties, pers- en politieke verklaringen van de afgelopen drie jaar van en over extreem rechtse personen en organisaties in Vlaanderen. Dat overzicht is bijzonder nuttig en kan door elke geïnteresseerde zondermeer als archief gebruikt worden. Het vult een lacune: nergens wordt zo gedetailleerd en nauwkeurig een overzicht geboden als in dit boek.  Het betreft drie jaar (zoals de ondertitel aangeeft), omdat de auteur eindigt met de bespreking van het fenomeen Conings, de militair die onlangs een arsenaal aan echte oorlogswapens stal uit een Belgische kazerne en dan, na vele bedreigende boodschappen aan het adres van personen en instellingen, van de aardbodem verdween. Bij het vinden van zijn lijk startte een onderzoek om o.a. te achterhalen of het hier zelfmoord betrof. Dit 'incident' nu speelt zich af in 2021, en de afhandeling zal waarschijnlijk het huidige jaar overschrijden. Met andere woorden, dit boek heeft het over de actualiteit, terwijl extreem rechts doorgaans als een historisch geworteld fenomeen wordt gezien, en daardoor eerder nostalgisch van aard lijkt. Maar, zoals Ponsaers zeer terecht opmerkt doorheen het boek, is extreem rechts de voorbije jaren aan een soort hergeboorte bezig, waarbij de oude wortels zeker spelen (de vele Hitlergroeten, om maar iets te noemen), maar dat in een nieuwe politieke context: een verzwakt Westen (en daarin de EU), meer ontwrichtende en gerichte politiek vanuit Rusland, enzovoort. Daarom al kan het boek voor veel lezers toch de oude denkkaders door elkaar schudden.

Wat documenteert Ponsaers in dit boek? In Vlaanderen (zijn politiek-geografische focus) ontstaan snel na elkaar vele kleine verenigingen, fysieke en virtuele groepjes die zichzelf expliciet en met nadruk extreem rechts  noemen. Zij delen een aantal opvattingen en ideologische waarden: anti-democratisch, (hyper-)nationalistisch, identitair, anti-migrant en antisemitisch, vaak ook expliciet racistisch, autoritair, dwepend met nazisymbolen, 'weaponizing'. De concrete invulling van elk van de stemmen in het toch wel uiteenlopend en relatief ongestructureerd landschap loopt in de praktijk soms sterk uiteen, zij het dat er duidelijke brugfiguren zijn die vaak terugkomen, ook over de grenzen van concrete groepjes heen. In zeer veel gevallen kan de auteur de verbanden aanduiden van die en andere personen in dit geheel met de partij Vlaams Belang. Vaak zijn het lokale mandatarissen van deze partij die een groepje starten, een website opzetten, of zich tonen bij vaak expliciet terroristische acties. In vele gevallen signaleert de auteur de aanwezigheid van nationale mandaathouders van deze partij op lokale acties, zoals verboden betogingen, dreigingen tegen personen of instellingen. In een aantal gevallen distantieert de leiding van het VB zich van personen, en soms verwijdert zij figuren uit de eigen rangen door ze van verkiezingslijsten te halen (zoals ook N-VA dat enkele keren deed, en zelfs CD&V en Open VLD; omdat verschillende verenigingen immers willen 'infiltreren'). Maar soms toont de auteur ook hoe VB een soort asiel aanbiedt aan de nieuwe extreem rechtse hardliners. In dat laatste geval is er bijvoorbeeld de koppositie op een nationale lijst voor Dries Van Langenhove als 'onafhankelijke', maar met regelmatige steunende woorden van de voorzitter van de partij wanneer die verkozene ter discussie komt.  Uit die dubbele houding kan afgeleid worden dat die extremistische figuren en hun politieke acties aan de ene kant gekoesterd worden door de partij, maar aan de andere kant soms aangevoeld worden als stoorzenders die een eventuele deelname aan regeringen duidelijk in de weg staan. Dat wijst op een diepe en mogelijk onoplosbare splitsing binnenin de partij Vlaams Belang. Daaruit volgt, zegt Ponsaers, dat de rol of de relatie van VB tegenover dergelijke groepen en personen moet herdacht worden: het is niet zo dat we te maken hebben met concentrische cirkels, emanerend vanuit het dirigistische zwarte centrum (dat dan de partij zou zijn, die de rest aanstuurt). Eerder kan het huidige veld gezien worden als een patchwork van cirkels, met gedeeltelijke overlappingen, maar ook veel dat ontsnapt aan elke centrale aansturing of controle. Het hele veld is evenmin heel duidelijk structureel afgegrensd, zodat voor iedereen (ook voor het VB) duidelijk zou zijn wie binnen en wie buiten het veld van 'extreem rechts' anno vandaag speelt: de randen van het geheel zijn als de rafelige randen van een geweven tafelkleed, zegt Ponsaers. Veel uitlopers, minder gedeelde en soms zelfs idiosyncratische uitwassen komen voor. Maar heel vaak zal het VB trachten figuren of acties te steunen, of zelfs 'in te lijven' (de asielhouding van de partij), zoals opmerkelijk natuurlijk met Dries van Langenhove en andere leden van het duidelijk wervende genootschap 'Schild & Vrienden'.  Wanneer de beschrijvingen van Ponsaers op dit vlak kloppen, dan heeft hij daarmee al een interessante theoretische bijdrage geleverd aan de studie van nieuw extreem rechts. In een tijd waarin via het internet politieke beïnvloedingen en dus ook macht verschuiven en diffuser worden dan klassieke partijstructuren toelieten, is een gedocumenteerde analyse van deze aard belangrijk: partijen kunnen leden maken, maar ook partijtucht organiseren (en dus mensen schorsen of weren), maar wat werkt  in een sterk virtueel gemanipuleerde wereld? Het onderzoek naar 'surveillance capitalism' van o.a. Zuboff (met de rol van firma's zoals Cambridge Analytic, die vermoedelijk mee de overwinning van Trump hebben waargemaakt door virtuele beïnvloeding van de vlottende stemmers in de USA in 2016) werkt dit punt meer in het bijzonder uit. De kracht van nieuw rechts via virtuele opruiing is ondertussen helder gebleken bij de bezetting van het Capitool na de niet-herverkiezing van dezelfde Trump. Studies zoals die van Ponsaers zijn in dat opzicht zeer belangrijk om ons beeld van de werking van politieke mechanismen minstens aan te vullen.

Maar er is nog een tweede en heel fundamenteel conceptueel debat dat moet opgezet worden. Ponsaers begint zijn boek hiermee en eindigt met een oproep om hierover minstens grondig te discussiëren. De titel van het werk geeft aan waarnaar ik verwijs: het boek draagt als titel 'georganiseerde wanorde'. Dat verwijst uiteraard naar 'georganiseerde criminaliteit' met haar maatschappelijk ontwrichtende werking en gebruik van geweld. In zijn eerste hoofdstuk verdedigt Ponsaers de keuze voor dit conceptuele geheel van 'georganiseerde wanorde': het ordelijke samenleven wordt opzettelijk en systematisch verstoord door bepaalde groepen, waarbij provocatief kan gewerkt worden (bvb. door zich in de massa te verstoppen, gemaskerd, enz.) en geweld niet geschuwd wordt. Deze aanpak streeft echter niet naar een alternatief, een revolutionaire omslag naar een ideaal, maar wil enkel en aanhoudend afbreken, haat en ook paniek zaaien, een bestaande orde vernietigen. Daarom 'wanorde': er is geen duidelijk project dat in de plaats moet of kan komen, en waar dus naartoe zou kunnen gewerkt worden door politieke actie.  In de bestudeerde groepen en acties van de voorbije paar jaren is dit afwezig, en wordt de ontwrichting op zich het bindteken tussen de personen die zich hierin engageren. Zo wordt ook duidelijk hoe de soms uiteenlopende groepen, wel of niet met expliciete  verwijzing naar fascisme of nazisme, met oud-Germaanse dan wel zelf verzonnen 'oersymbolen' in vlaggen en publicaties van de groepen of op websites. De zijde van de systeemontwrichters bij de enige politieke partij die een groot stuk mee op die weg wil stappen, het VB, zal hiervoor sympathie hebben, zoals blijkt uit de nauwe banden die dan bestaan of ontstaan. Maar de zijde die een alternatief wil opbouwen (in een onafhankelijke Vlaamse staat, enz. ) kan slechts een bepaalde dosis van die wanorde voor zoet nemen, en zal dus regelmatig ook figuren terugwijzen.

De rol van het internet (en dan daarin nog meer het 'dark net') is in deze analyse cruciaal; meer dan ooit is het nu immers mogelijk om quasi ongelimiteerd vanop je PC 'bevriende' of gelijkgezinde individuen en groepen te bestoken met ontwrichtende boodschappen. Ponsaers eindigt dan ook met de vraag wat hierrond, vanuit de rechtstaat met een democratisch profiel, kan gedaan worden. Let wel, er zijn initiatieven (zoals antidiscriminatiewetten, antiracismewetten), en dit werkt ook deels preventief of ontradend. Maar dat betekent natuurlijk niet dat dit ook een wervend democratisch discours realiseert.

Om een en ander nog duidelijker en realistischer te maken behandelt Ponsaers ook kort de opkomst van nieuwe wortels en bronnen voor extreem rechts. Waar de traditionele groepen zich beriepen op Germaanse, nationalistische of oud-racistische opvattingen en zogenaamde historische bronnen, daar is sinds een aantal jaar een groeiend aanbod, ook in Europa, vanuit Rusland merkbaar: opleidingskampen (met militaire training, bvb.) worden door Russische  partners aangeboden, en Ponsaers toont aan dat menige Vlaamse rechts extremist de weg naar die kampen vond de voorbije paar jaar. Bovendien, en dit is zo mogelijk nog meer verontrustend, maken vele staten (waaronder grootmachten zoals de USA en Rusland, maar ook Europese staten) steeds meer gebruik van (para)militaire organisaties die huurlegers aanbieden aan staten om geweldconflicten (zoals in Oekraïne) op te lossen, waar de nationale legers afzijdig kunnen blijven. Menig lid van politie- en vooral militaire organisaties in onze landen vinden de weg naar die opleidingen en de eraan gekoppelde kennis rond vuurwapens, conflictbehandeling, enz. Ponsaers stelt dat het gaat over groepen die vaak al meer gevechtskunde en zelfs aantal hebben dan menig officieel en dus politiek gecontroleerd leger. Niet verwonderlijk vinden extreem rechtse figuren meer en meer de weg naar die opleidingen, en ook gevechtsfirma's. Ook dit stelt zeer grote vragen aan de democratische leiders in onze landen, mede omdat dit alles niet steeds los kan gezien worden van extreem rechts.

Dit is dus een zeer nuttig boek voor een brede schare van onderzoekers van maatschappelijke en ook beroepspolitieke fenomenen, zoals ook voor de leden van politieke partijen en bewegingen. Met een grondig onderlegd en  democratisch bewogen onderzoeker zoals Paul Ponsaers heeft België (en Vlaanderen) een uitnemende stem in huis die dit debat vakkundig kan vooruithelpen. Ik hoop dat ook mediakringen dit zullen opmerken en de man zullen contacteren voor zijn expertise.

Deze verscheen op de website van “De Wereld Morgen”.


 

10/12/2021 Interview Tijdschrift voor de Politie

het Tijdschrift voor de Politie • nummer 4 • 2021

INTERVIEW MET PAUL PONSAERS EMERITUS HOOGLERAAR CRIMINOLOGIE AAN UGENT

Joery Mathys is universitair docent aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden. Hans de Vries is plaatsvervangend portefeuillehouder van de portefeuille Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP) bij de staf Korpsleiding

 “Niemand heeft altijd het grote gelijk”

Voor dit themanummer legde de redactie aan Paul Ponsaers enkele vragen voor, zoals ‘Kan polarisatie ook zinvol zijn?’.

Polarisering wordt in je boek beschreven als een noodzakelijk instrument om mensen warm te maken voor extreem gedrag. Hoe gaat dat in zijn gang?

Kijk, wat is polarisering eigenlijk? Voor mij is dat iets heel simpels. Eigenlijk is dat het centrum dat leegloopt ten voordele van de extremen. Met andere woorden: je krijgt kampen. Op zich hoeft dat niet problematisch te zijn, in een democratie los je dat op door coalities te maken. Niemand heeft altijd het grote gelijk, je gaat praten met andersgezinden en je zoekt wat toenadering, anders gaat het nooit lukken. Maar wanneer die polarisering aanleiding geeft tot giftige reacties en tegen[1]reacties, wanneer als gevolg daarvan binnen de maatschappij de tolerantiegrenzen tegenover elkaar vervagen, en mensen niet meer weten hoe met elkaar om te gaan, dan kan polarise[1]ring zich gaan vertalen in het gebruik van of aanzetten tot extreem gedrag, met als uiterste resultaat geweld. Als ik bijvoorbeeld naar Vlaanderen kijk, dan is de ‘Vlaamse kwestie’ een significante bron van polarisering.

Wat bedoel je precies met de ‘Vlaamse kwestie’?

De Vlaamse kwestie is de hunkering van sommigen, lang niet iedereen, naar een onafhankelijker Vlaanderen ten aanzien van de nationale, of eigenlijk federale, staat België. Dat heeft een heel lange geschiedenis en het aparte daarbij is dat Vlaanderen historisch gezien nooit als zelfstandige staat bestaan heeft.

Het is een interessante observatie dat polarisering niet noodzakelijk problematisch is. Dat vind je ook terug in academische literatuur daarover, waar een niet-problematische polarisering betekent dat ideeën botsen met elkaar, om uiteindelijk tot een compromis te komen. Wanneer lukt dat dan niet meer?

Kijk, elke samenleving heeft een aantal fundamentele bakens. Bij ons in België zijn dat de drie grote pacten: het taalpact, het sociaal pact en het onderwijspact. In Nederland zijn die anders, maar het principe is hetzelfde. Ik noem dat specifiek ‘pacten’ omdat die overeenkomsten de Belgische samenleving als het ware ’gepacificeerd’ hebben, ze hebben de fundamentele conflicten uit de samenleving gehaald. Wanneer je daaraan gaat beginnen morrelen, dan zeg je eigenlijk dat je tabula rasa wil maken en een nieuwe soort samenleving wil opbouwen. Je gaat het collectief geheugen wissen, je haalt die fundamentele conflicten dan weer naar boven. Dat wordt niet altijd goed begrepen door zij die deze veranderingen teweeg willen brengen. Door die pacten zijn compromissen mogelijk. Haal je die weg, dan weten de verschillende partijen niet langer in een discussie hoe de andere tot bepaalde standpunten is gekomen, hoe dat gegroeid is. Dan kan je geen respect meer hebben voor die andere, en dan krijg je heel scherpe kanten in de samenleving. En wie is daar dan de dupe van? In de eerste plaats de politie, want die zal moeten proberen die samenleving in goede banen te leiden.

Is dat dan een fundamenteel verschil met vroeger? Want polarisering van ideeën en extreem gedachtegoed zijn natuurlijk geen nieuwe fenomenen.

Ik vind dat inderdaad een fundamenteel verschil. Ik zal een Belgisch voorbeeld geven, niet toevallig gekozen natuurlijk. In 1998 was de Belgische regering, met toen aan het die anders, maar het principe is hetzelfde. In 1998 was de Belgische regering, met toen aan het hoofd Jean-Luc ‘de loodgieter’ Dehaene, ervan overtuigd dat er behoefte was aan een poli[1]tiehervorming. Wat heeft Dehaene gedaan? Hij heeft rond één tafel vertegenwoordigers bij elkaar gebracht van de meerderheid en de oppositie, uit het parlement en uit de regering, en het middenveld. En daar is een Belgisch compromis uitgekomen: er werd geluisterd naar wat de andere wilde en er werd een package deal gemaakt met de grootste gemene deler. Het resultaat werd het Octopusakkoord genoemd, want het werd met acht partijen gesloten. Daar is men er dus in geslaagd om de eisenpakketten goed uit te kristalliseren, en ze dan tegen elkaar af te zetten, om te kijken wie er waar toegevingen zou kunnen doen en ook wat de gemeenschappelijke ideeën waren. Dit betrof in dit geval de ontmanteling van de Rijkswacht en de versterking van de gemeentepolitie. Dat is enkel mogelijk wanneer je wil begrijpen waarop de ideeën van de anderen gestoeld zijn.

In het boek heb je het dus over de link tussen polarisering en extreem gedachtegoed. Daarbij besteed je de meeste aandacht aan extreem[1]rechts, je startpunt is de ‘Nouvelle Droite’ in Frankrijk. In mindere mate heb je het ook over extreemlinks en hoe die zich afzet tegen de staat, terwijl extreemrechts het staatsapparaat naar de eigen hand wil zetten. Vertaalt dat zich ook naar andere ideeën over polarisering? Of is dat een gemeenschappelijk wapen van extreemrechts en extreemlinks?

Bij extreemrechts is het centrale gedachtegoed toch dat van de metapolitiek, dat mag je echt niet onderschatten. Dat is het normaliseren van racistische, antisemitische etc. gedachten tot politiek correcte uitspraken. Dat is echt eigen aan extreemrechts. Kijk naar migratie, het standpunt van een extreemrechtse partij is daar in essentie racistisch: vreemdelingen buiten. Wat is het discours daarover vandaag? In navolging van Renaud Camus heeft men het over het gevaar van een ‘grand remplacement’. Omvolking is dan het woord dat gebruikt wordt. Onze oorspronkelijke bevolking, onze identiteit is in gevaar. Dat is niet even duidelijk puur racistisch als de oude slogans en de rauwe moppen die gemaakt werden over vreemdelingen, maar eigenlijk zeg je wel hetzelfde, maar dan op een meer politiek correcte manier, zodat je discours gemakkelijker genormaliseerd kan worden. Men probeert het normaal te laten worden om in die termen te spreken. Dat polariseert ook, want onze maatschappij, vertaald in onze wetgeving, is eigenlijk gestoeld op antiracistische ideeën. Je hoeft niet eens geweld te plegen om veroordeeld te worden voor racisme. Dat valt men nu ook aan, in de naam van de vrijheid van meningsuiting. Het discours van extreemlinks is toch anders, er is een andere kijk op de realiteit. De Rote Armee Fraktion had het over ‘Klare fronten schaffen’, dat was hun strijdkreet. Dat is ook polariserend, maar op een andere manier, men wil duidelijkheid over wie er voor en wie er tegen je is. En men zet zich af tegen de staat. Extreemrechts vindt dat er een staat moet zijn, men verzet zich niet tegen de staat, men wil een sterke staat. Daar gaat men op zoek naar fracties binnen de staatsapparaten met de macht om regimes te laten wijzigen, vaak is dat dan de politie of het leger. Daar creëert men dan aanhang en probeert men te fragmenteren. Je polariseert binnen het staatsapparaat, ook omdat je weet dat je niet iedereen mee zal kunnen krijgen in je verhaal.

Is de manier waarom extreemrechts polariseert dan gevaarlijker dan de manier waarop extreemlinks het doet?

Op dit moment zou ik zeggen van wel. Extreemrechts opereert als een mol binnen het staatsapparaat, en tegenover de maatschappij spreekt men met gespleten tong. Extern een politiek genormaliseerd discours dat meer politiek correct is; intern, in gesloten chatgroepen onder gelijkgezinden nog steeds ranzig. Ik zeg niet dat dit niet gebeurt in extreemlinkse kringen, maar de volumes langs rechts zijn toch groter. Bij ons, de Facebook[1]groep ’Schild en Vrienden’ telde op een gegeven moment 50.000 leden. Je kan dan niet zeggen dat het om een marginaal groepje gaat. Nu ja, wellicht toch ook even contextualiseren: toen er werd opgeroepen binnen die groep om te gaan betogen in Puurs naar aanleiding van een incident, stond er wel maar 50 man. Toch, de beslotenheid van de groep, daar zit een zeer problematisch element.

Wat is je dan je boodschap naar beleidsmakers toe over de problematiek van extreem gedrag dat resulteert in geweld?

Tja, het is een vreemd vraagstuk. Als beleidsmaker kan je zeggen: ‘We moeten aan meer preventie doen, we investeren daarin.’ En er ontploft toch een bom. Wat zegt men dan? ’Preventie werkt niet.’ Stel nu dat je als beleidsmaker die investeringen doet, en er gebeurt ook niets. ’Wat een geldverspilling.’ OK, vergeet preventie, je zet in op repressieve maatregelen, en er gebeurt niets. ’Machtsoverschrijding, onze vrijheden worden beperkt.’ En ten slotte, worstcasescenario, je zet in op repressie en er ontploft toch nog een bom. ’Allemaal een maat voor niets.’ De conclusie is dat je eigenlijk altijd volgens de publieke opinie verkeerd bezig bent, je bent steeds de kop van jut.

Dus je kunt beter niets doen?

Ho, ho, nee. Je moet wel maatregelen nemen. Maar je moet ook wat er gebeurt in de open[1]baarheid brengen. Je wijst op evoluties in het binnen- en buitenland en je duidt aan dat je die hier niet gaat dulden. Je stelt je hardop vragen over mensen die op gevechtstraining gaan in Oekraïne of die wapens aan het inslaan zijn. En je zegt: ‘Let op, dit zijn tekenen van radicalisering, en de stap naar het plegen van geweld

komt dichterbij.’ Je gaat instructies geven om die mensen op te volgen, maar je uit je bezorgdheid tegelijkertijd ook in het openbaar. Inlichtingendiensten doen dit nu al tot op zekere hoogte, hè. Het staat in jaarrapporten, die dan gelekt worden naar de pers. In België heeft de OCAD1 onlangs iemand op hun lijst gezet die lid was van het Franse vreemdelingenlegioen en in Servië gevechtstraining volgde om als huurling te kunnen worden ingezet. Die persoon was aanwezig op politieke manifestaties van ’Génération Identitaire’ in Frankrijk. Wel, OCAD heeft hem niet alleen op de lijst gezet, maar heeft ook gecommuniceerd dat die persoon op die lijst is gekomen. Dat is een niet mis te verstane boodschap. Je bent niet enkel bezig met de aanpak van een probleem, je maakt het ook wereldkundig. Dat is waar het beleid op gestoeld moet zijn.

Dat is een duidelijke boodschap naar beleidsmakers. Wat ten slotte met de professionals in het veld en de academische onderzoekers die zich met deze problematiek bezighouden? Waar zouden zij zich het best op focussen?

De evolutie van extremisme naar radicalisering, die verloopt via een verdere polarisering, is er een van geweldloos naar gewelddadig. Je mag als individu radicaal zijn en radicale standpunten innemen, maar er is een ding dat je niet mag: geweld faciliteren of zelfs gebruiken. Dat is het strijdtoneel van de professional en van de onderzoeker, om te determineren wanneer iemand van de periferie van extremisme naar de kern gaat. We weten dat polarisering daar een rol speelt, maar er is nog veel onduidelijk. En evengoed hoe je iemand vanuit de kern terug naar de periferie haalt. Het is nu toch vooral de zachte sector die daar rond werkt, straathoekwerkers en opvoeders en zo. En die doen goed werk, hè! Maar als ik even brutaal mag zijn, soms moet je gewoon ook een gerechtelijk onderzoek beginnen om data en feiten te verzamelen hoe die spiraal naar de kern is gebeurd, om daar dan uit te kunnen leren. Als ik kijk naar de situatie vandaag, dan lijkt men daar toch huiverig voor. Bij jihadistisch extremisme niet, maar bij extreemrechts toch wel. Kijk naar Dries Van Langenhove bij ons. Het parle[1]ment heeft zijn onschendbaarheid opgegeven, want hij is volksvertegenwoordiger, maar dat onderzoek sleept zich maar voort. Ook hier is openbaarheid een kernboodschap: krijg de discussie helder. En dat met het besef dat openbaarheid ook risico’s met zich meebrengt. Noem het maar het Jurgen Conings-effect, daar heeft men onmiddellijk klaarheid geschetst dat die persoon militaire training had gekregen en in Afghanistan ook gevochten had, en dat die aan de haal was gegaan met een flink wapenarsenaal van het leger. Merkwaardig genoeg was er toch een heel grote solidarisering rond die persoon, met steunbetuigingen in allerlei chatgroepen. Wat we daaruit leren, is dat ook uit openbaarheid polarisering kan voortkomen. Mensen in de periferie van extremisme zagen de maatregelen genomen tegenover iemand met wie ze eigenlijk wel sympathiseerden, en dat gaf het averechts effect dat die sympathie zelfs vergroot werd. Maar is dat een reden om die maatregelen dan niet te nemen? Wellicht was die actie tegen Jurgen Conings wel iets te groot opgezet, ik weet niet of ik hetzelfde zou gedaan hebben. Maar dat is natuurlijk weer hetzelfde verhaal als wat we eerder hebben besproken: ‘Damned if you do, damned if you don’t.’ Dus wellicht zou mijn boodschap aan beleidsmakers, professionals en onderzoekers in eerste instantie moeten zijn: succes gewenst!